naar vorige artikel in
Au Courant 20 / 3

Au Courant 20 / 3 (oktober 2013), pagina's 9–14

dit artikel in pdf

naar volgende artikel in
Au Courant 20 / 3

Buitenlandse kranten in Nederland: een roerige eeuw van import en distributie

Marius van Melle en Paul Klein

In Nederland zijn we gewend om de krant op de dag van verschijnen thuisbezorgd te krijgen (dus niet een dag later per post te ontvangen) en daartoe nemen we als particulier een abonnement bij de uitgever van de krant. Voor buitenlandse kranten is geen bezorging aan huis geregeld, dus die zouden wel met minstens een dag vertraging per post arriveren en alleen daarom is een abonnement op een buitenlandse krant niet zo interessant. Losse nummers kopen bij een kiosk of boekwinkel verdient dan de voorkeur, want doorgaans is zo'n buitenlandse krant op de dag van uitgave daar wel al aanwezig. Dat vergt dan ook een hele logistieke operatie, die tegenwoordig voor ons hele land en voor alle dagbladtitels wordt uitgevoerd door Audax, een hierin gespecialiseerd conglomeraat van uitgeverijen, distributeurs (bv. Van Gelderen) en retailzaken (bv. AKO). Dat bedrijf, met tien werkmaatschappijen en duizend medewerkers, is van oudsher gevestigd in Gilze bij Tilburg.

Of de gezochte buitenlandse krant daadwerkelijk in de kiosk bij u in de buurt te koop is, hangt van veel factoren af. Circa 50 titels worden uit het buitenland hierheen gehaald; sommige titels tref je alleen op bepaalde dagen aan en voor andere kan je alleen terecht bij een ruimer gesorteerde kiosk, bijvoorbeeld in een grotere stad of in toeristische gebieden. Een vraag die meteen bovenkomt, betreft de logistiek: op welke manier komen al die exemplaren terecht bij de lezer in Nederland?

De buitenlandse krant legt een heel traject af, dat zijn oorsprong heeft bij de buitenlandse uitgever, zijn weg vervolgt via de importeur van die buitenlandse bladen (dagbladen en opinietijdschriften enerzijds en overige tijdschriften anderzijds), dan door de distributeur wordt afgeleverd bij de boeken- en bladenwinkels. Vier partijen (uitgever, importeur, distributeur en verkoper) moeten hier hun geld aan verdienen, allemaal te financieren uit de verkoopprijs, die de lezer in Nederland betaalt voor het losse nummer in de kiosk. Van die verkoopprijs komt ca. 50% terug bij de krantenuitgever in het buitenland en de andere 50% worden verdeeld over de importeur (10%), de distributeur (10%) en de grote wederverkopers als AKO (30%).

De winkelier heeft een recht van retour. Vroeger knipten de winkeliers de masthead plus datum af van de onverkochte exemplaren en stuurden die stroken papier terug; de rest van de onverkochte kranten ging bij het oud papier. Dat systeem kostte voor de kioskhouders te veel tijd. Tegenwoordig worden de onverkochte exemplaren enkele malen per week weer opgehaald door de distributeur. Voor de betrouwbaarheid van oplage- en verkoopcijfers, maar vooral om de verkoopopbrengsten te kunnen terugbetalen aan de bovengenoemde partijen, blijft het nodig dat per titel precies wordt bijgehouden hoeveel exemplaren feitelijk zijn verkocht.

foto

foto

Ontwikkeling krantenimport

Geïmporteerde kranten en tijdschriften bereikten in de tijd van postkoets en zeilboot maar een klein publiek en belandden voor het grootste gedeelte op de leestafel van sociëteiten, leesgezelschappen, ‛leesmusea’ en café's. Dat ging veranderen toen stoomboten en treinen het vervoer versnelden en toen kranten de weg naar de massa begonnen te vinden na afschaffing van het dagbladzegel.

In 1878 stichtte Martin Wolff in Amsterdam de Kioskonderneming – later AKO genoemd – en ging kranten importeren, die hij in zijn rode kiosken te koop aanbood. Twee jaar later begon hij ook met stationskiosken op de lijnen van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM of Holland Spoor). Op die van de andere grote spoorwegmaatschappij, Staatsspoor, kwamen een paar jaar later ook kiosken, die pas goed van de grond kwamen nadat Albert Willem Bruna in 1891 het pachtcontract had overgenomen. De introductie van kiosken in Amsterdam kreeg al snel navolging in andere grote steden, in Rotterdam al in 1880. In Den Haag – interessant vanwege de vele diplomaten en ministeries – kreeg AKO vanaf 1898 ook voet aan de grond, maar ondervond er al snel concurrentie van de door Arie Segboer opgerichte Haagsche Kiosk Onderneming. Die zou 20 jaar later de Haagse AKO-kiosken overnemen. In Rotterdam ging het pachtcontract verschillende malen in andere handen over, tot W.N.J. van Ditmar er in 1917 de hand op kon leggen en ook grootschalig met het importeren van kranten en tijdschriften begon.

Van Ditmar

Willem Nicolaas Josua van Ditmar (1819–1883) is bekend als compagnon van Henricus Nijgh, de stichter van de NRC; hun samenwerking leidde tot de succesvolle uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. In dit artikel gaat het over een kleinzoon (1884–1965) van deze Van Ditmar, met dezelfde drie voornamen. Deze kleinzoon werd bekend vanwege zijn pioniersfunctie in het importeren van kranten. Willem jr. had een journalistieke en druktechnische opleiding in Engeland genoten en had ervaring opgedaan bij het Dagblad van Rotterdam (de voorloper van het Algemeen Dagblad), waarvan zijn vader Frederik Bernard directeur was geweest. Vanaf 1906 was hij correspondent voor de Daily Mail en hij ruilde die functie 13 jaar later in voor een correspondentschap bij de prestigieuzere Times. Hij was een ondernemend type, die vanuit het Witte Huis in Rotterdam in korte tijd verschillende ondernemingen stichtte, zoals een advertentiebureau, een uitgeverij, een handelsonderneming en een ‛binnen- en buitenlandse boekhandel’. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging dat mis: de boekhandel ging failliet en kwam in handen van Meulenhoff en zijn andere ondernemingen werden verkocht of ondernamen geen activiteiten meer. Zelf belandde hij nog enige tijd in de cel op beschuldiging van spionage voor de Engelsen, waarmee hij de neutraliteit van Nederland in gevaar zou hebben gebracht. Na zijn vrijspraak – bij gebrek aan bewijs – was het pachtcontract van de Rotterdamse kiosken een nieuwe start. Zijn zaak ging Van Ditmar's Courantenimport- en Kiosken Onderneming heten; hij gebruikte er zijn inactieve handelsonderneming voor en de kioskexploitatie maakte daar onder de naam Rotterdamsche Kiosk Onderneming deel van uit. In 1924 stichtte hij in Amsterdam Van Ditmar's Boekenimport (aanvankelijk voor Engelstalige boeken, later ook voor Duitse), dat 5 jaar lang beslag wist te leggen op de kiosk in het hoofdpostkantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal om daar o.a. buitenlandse dagbladen te verkopen. Dat boekenimportbedrijf fungeerde ook als filiaal van zijn Rotterdamse onderneming om geïmporteerde lectuur op de markt te brengen. De geïmporteerde kranten en tijdschriften vonden hun weg naar de lezer via de grote kioskondernemingen: de HKO van Segboer, de Algemeene Spoorweg Boekhandel van Bruna en AKO, in die tijd ook aandeelhouders van Van Ditmar's Boekenimport. Door de inzet van vliegtuigen, waarmee Van Ditmar de eerste was, nam de actualiteit van de buitenlandse kranten enorm toe.

Van Gelderen

Marcus van Gelderen (1877–1943) zag net als Willem van Ditmar brood in de snel toegenomen behoefte aan nieuws tijdens de Eerste Wereldoorlog. Eerder had hij in juwelen gehandeld, maar door diezelfde oorlog was die handel verlopen. Sinds 1916 stond hij met een rek zelf geïmporteerde kranten bij de ingang van het hoofdpostkantoor in Amsterdam en voorzag hij hotels en krantenredacties van het laatste nieuws, geholpen door zijn zoon Alfred, die in 1924 compagnon zou worden. In dat jaar kreeg ook hij de concessie om in het postkantoor een heuse kiosk te exploiteren, maar daar kwam in 1929 een einde aan toen Willem van Ditmar zand in de wielen strooide en die concessie wist over te nemen.

Marcus Van Gelderen week uit naar Damrak 35, waar hij op het lumineuze idee kwam om een inloopzaak te beginnen, de eerste in Nederland en volgens zijn zoon Alfred de eerste ter wereld. Zo'n ‛vrije inloopwinkel’, zoals Van Gelderen het noemde, zou pas na de Tweede Wereldoorlog navolging krijgen.

Tijdens de bezetting was de zaak als Joods bezit geconfisceerd door SS-uitgeverij Storm; Marcus van Gelderen werd omgebracht in Auschwitz. De zaken werden overigens onder zijn naam gewoon voortgezet, maar dan als grossier van Duitse kranten, die via Van Ditmar's Boekenimport het land in kwamen. Dat bedrijf had een Duitse Verwalter gekregen. Overigens was Willem van Ditmar al in januari 1940 met zijn gezin uitgeweken naar Portugal en van daar naar Argentinië, omdat hij overtuigd was van een Duitse inval en daar persoonlijk weinig goeds van verwachtte. Niet alleen vanwege zijn pro-Engelse houding tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar ook omdat hij in de jaren dertig het Dagblad van Rotterdam – waarvan hij toen directeur was – een anti-nazistische koers had laten varen.

Na de bevrijding heropende Marcus' zoon Alfred de zaak, daarin vanaf 1958 bijgestaan door diens zoon Jur (H.A. van Gelderen). Het bedrijf expandeerde en er kwamen in Amsterdam filialen, ondermeer in de Kalverstraat. Het vooroorlogse filiaal in Rotterdam was verloren gegaan bij het bombardement in de meidagen van 1940.

De firma had een scherp oog voor publiciteit, met die herkenbare onderkastletter g met wereldbol, ontworpen door graficus Dick Elffers. Buitenlandse kranten kregen het stempel van de importeur mee op de masthead van de titelpagina, een mooie reclame voor het bedrijf. Kranten werden ook op straat uitgevent door medewerkers in een Van Gelderen-uniform. “Niets is bederfelijker dan het nieuws”, volgens Alfred van Gelderen, en hij zette alles op alles om de per vliegtuig aangeleverde ochtendkranten dezelfde dag in de winkel te krijgen. Zijn winkels waren inmiddels uitgegroeid tot paradijsjes van geïmporteerde lectuur, waarin naast buitenlandse kranten en tijdschriften ook importboeken ruim voorhanden waren. Die tijdschriften werden naast eigen import betrokken van Meulenhoff en Van Ditmar Import, zoals dat Rotterdamse bedrijf nu heette. De buitenlandse boeken kwamen van Meulenhoff en Van Ditmar's Boekenimport. De beide Van Ditmar-bedrijven hadden niets meer te maken met hun oprichter en naamgever. Die had in de crisisjaren de helft van de aandelen overgedaan aan een ver familielid, Henri van de Pol, en na de oorlog had deze en zijn aangetrouwde redersfamilie Van Ommeren de rest van de aandelen verworven, zij het dat iets meer dan de helft van de aandelen van het Amsterdamse boekenimportbedrijf verworven werd door de vooroorlogse directeur die ondergedoken de oorlog had overleefd en de zaak na de bevrijding had heropgericht.

foto
Kleine artikelen in de winkel werden in dit soort papieren zakjes verpakt.


foto

foto

foto
Drie voorbeelden van buitenlandse kranten met het blauwe stempel van de importeur in de rechterbovenhoek (uit Moskou een Izvjestia uit 1974 en een Pravda uit 1968, en uit Belgrado een Borba uit 1968). Anno 2013 importeert Van Gelderen geen Russische dagbladen meer, zodat de Russische gemeenschap in Nederland niet meer in de kiosk terecht kan voor een los nummer.

Fusies en overnames vanaf eind jaren zestig

De fusiegolf van de jaren 1960 trof ook de spelers op import- en distributiemarkt voor boeken en tijdschriften, mede als gevolg van een exploderende lezersmarkt in een steeds welvarender land. Meulenhoff ging een alliantie aan met Bruna en Van Gelderen om gezamenlijk Van Ditmar's Boekenimport uit de markt te prijzen. De importafdeling van Meulenhoff ging Meulenhoff-bruna heten, met onderkast b, want men ging met de tijd mee. Alle import van Van Ditmar's Boekenimport werd geretourneerd en de verwachting was dat de buitenlandse uitgevers massaal zouden overstappen naar Meulenhoff-bruna. Van Ditmar Boekenimport reageerde hierop door bestsellers te verkopen via de boekhandels die zich in de onmiddellijke nabijheid van Bruna-zaken bevonden. Deze tegenzet werkte: de franchisenemers van Bruna kwamen in opstand. AKO, goed bij kas vanwege de uitgave van De Lach dat in deze tijd van seksuele revolutie gouden tijden kende, nam vervolgens Van Ditmar's Boekenimport over en fuseerde daarna in het najaar van 1968 met Van Ditmar Import tot de Verenigde Lektuurbedrijven (VLB), een combinatie die sterk genoeg bleek om vier jaar later Meulenhoff-bruna over te nemen. Inmiddels waren de uitgevers van de grootste Nederlandse publieksbladen, De Spaarnestad en de Geïllustreerde Pers, opgegaan in de Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven (VNU, later opgegaan in Sanoma), waar Van Gelderen per 1971 ook onderdeel van ging uitmaken. Bij die overgang gaf Alfred van Gelderen het stokje door aan zijn zoon Jur. Twee jaar eerder had hij de Haagse Kiosk Onderneming ingelijfd. Straatkiosken waren echter door het enorm toegenomen aanbod uit de tijd aan het raken en de toekomst was aan de inloopzaak, iets dat zijn vader al veertig jaar eerder had voorzien. Dat vergde investeringen die niet opgebracht konden worden. De VNU had die middelen wel en richtte haar activiteiten op het uitbouwen van distributie van haar tijdschriften naar vooral de supermarkten in het hele land en had daar Aldipress voor opgericht. De Van Gelderen-winkels kwamen goed van pas, maar VNU was de ingewikkelde krantenimport, die bovendien niet erg florerend was door de oplopende kosten, liever kwijt dan rijk. Die import werd voor een zacht prijsje na twee jaar overgedaan aan VLB, die daarmee zo goed als het monopolie op de krantenimport naar Nederland verkreeg. Jur van Gelderen verhuisde als directeur mee, maar werd al na twee jaar aan de kant geschoven. Als dochteronderneming van VLB heette het bedrijf nu Van Gelderen Import.

Edipress

Een totaal monopolie op de krantenimport verkreeg VLB niet, omdat als luis in de pels Herman Joore opereerde. Deze was ooit kroonprins geweest van Henri van de Pol, maar na het plotseling overlijden van laatstgenoemde, midden jaren 1960, hadden diens erfgenamen een streep door Joore's toekomstverwachtingen getrokken. Joore was beland bij de Franse uitgever en distributeur Hachette, die bezig was greep te krijgen op de distributie van lectuur in West-Europa. Dat lukte bijna overal, maar niet in Nederland. Daar moest Joore met Frans geld wat aan doen en onder druk van Hachette ging in 1971 de Franse import – met uitzondering van Le Monde – naar zijn bedrijf, dat Impressum was gedoopt. Van Gelderen bleef de distributie verzorgen. Maar toen Joore ook de import van de in Parijs uitgegeven krant International Herald Tribune in handen kreeg en zijn import zelf ging distribueren, ging VLB moeilijk doen. Menige rechtzaak volgde. De procedure die Joore bij de Europese Commissie was begonnen, leek hij te gaan winnen, maar hij had de pech dat er bij Hachette een andere wind was gaan waaien, nadat wapenfabrikant Matra de aandelen had verworven. Onder druk van Hachette werd de procedure in Brussel gestopt en kwamen de Franse bladen weer bij VLB. Dat betekende in 1982 het einde van Impressum. Met de ‛Trib’ als basis ging Joore verder met Edipress. Zes jaar later wist hij de import en distributie van de Neue Zürcher Zeitung over te nemen. Het abonnementenbeheer bleef echter bij Van Gelderen, zo besliste de rechter. Het ging maar om 50 abonnementen; VLB reed Joore in de wielen waar het maar kon.

Audax

Tot het midden van de jaren 1970 werden tijdschriften gedistribueerd door regionaal werkende grossiers; er waren er zeventien, die tot ongenoegen van de uitgevers geen verkoopinformatie per verkooppunt gaven. Daar maakte VNU een eind aan door deze tussenhandel uit te schakelen en zelf via haar verkooporganisatie Aldipress de bladen naar de winkel te brengen. Tijdschriftenimporteur VLB ging nu in zee met het Tilburgse bedrijf De Vrijbuiter, een succesvolle importeur van Belgische stripalbums, comics en bladen, dat al beschikte over een eigen landelijk net van verkooppunten voor zijn import – en in het zuiden ook van de krant Het Laatste Nieuws – en dat bovendien beschikte over een computergestuurde distributie. Deze joint-venture ging Betapress heten en stond ook open voor binnenlandse uitgevers. Zo kwam bijvoorbeeld Weekend bij Betapress; later zou het overgenomen worden door De Vrijbuiter. In 1983 werd Betapress een volle dochter van VLB om Van Ditmar Import te kunnen integreren in Betapress. Maar deze dochter bleef met handen en voeten gebonden aan De Vrijbuiter-bedrijven, zowel wat logistiek, huisvesting – sinds 1978 was dat in Gilze – als computer betreft. Dat heeft ertoe geleid dat dat concern, vanaf eind 1986 omgedoopt tot Audax, in 1988 het veel grotere VLB overnam.

Net als Betapress, AKO en Van Ditmar Boekenimport werd Van Gelderen Import daarmee een Audax-dochter. Dat bedrijf verhuisde al snel van Amsterdam naar Gilze, een overgang die overigens niet vlekkeloos verliep. Met de overname van VLB was echter ook het oud zeer van Joore en zijn Edipress op het bordje van Audax terechtgekomen. Zijn bedrijf was eigenlijk te klein om levensvatbaar te zijn en hij hoopte daar verandering in te brengen door het monopolistische gedrag van Audax (= Latijn voor: stoutmoedig, vermetel) aan de kaak te stellen. Doorn in het oog was bijvoorbeeld dat Edipress zijn import niet rechtstreeks aan de AKO-vestigingen op Schiphol mocht leveren, maar dat via Gilze moest doen.

Zowel een ministeriële (Hans Wijers, Economische Zaken, 1-3-1996) als rechterlijke uitspraak waren ervoor nodig om de partijen (Edipress tegenover Betapress en Audax) tot elkaar te brengen. Audax werd gedwongen concessies te doen en dreigde ook aangepakt te worden door de net opgerichte Nederlandse Mededingingsautoriteit. Maar Joore was niet in staat om dat gelijk te verzilveren, want met zijn bescheiden titelpakket was de distributie van zijn import niet rendabel en was hij veel geld kwijt aan al die juridische procedures. Edipress werd te koop gezet, maar geen enkel door Joore benaderd bedrijf had belangstelling, ook Hachette niet. Zo kwam het dat in 1999 werd overeengekomen dat Audax zijn enige concurrent voor de import van buitenlandse kranten, Edipress, overnam.

De vijftig kranten die dagelijks door Van Gelderen geïmporteerd worden

Belgie: Het Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen, Het Laatste Nieuws, De Morgen, Het Nieuwsblad, De Standaard en De Tijd.
Frankrijk: Le Figaro, Libération, Le Monde en het sportdagblad L'Equipe
USA/Frankrijk: International Herald Tribune
USA: USA Today, The Wall Street Journal
Duitsland: BildZeitung, Frankfurter Allgemeine Zeitung, Frankfurter Rundschau, Handelsblatt, Kölnische Express, Rheinische Post, Süddeutsche Zeitung, die Welt, Westdeutsche Allgemeine Zeitung.
Italië: La Repubblica, Corriere della Sera en het sportdagblad La Gazzetta dello Sport.
Spanje: El País
Zwitserland: Neue Zürcher Zeitung
Engeland: Daily Mail, Daily Star, The Daily Telegraph, Financial Times, The Guardian, The Sun, The Times.
Bosnië: Dnevni Avaz
Kroatië: Večernji List
Servië: Vesti
Oekraïne: Ekspres
Turkije: Hürriyet, Sabah, Sözcü, Türkiye
Griekenland: Ta Nea
Palestijns uit Jeruzalem/Engeland: Al Quds
Libanon/Engeland: Al Arab, Al Hayat
Midden-Oosten/London: Asharq Al-Awsat
Japan: Asahi Shimbun, Nihon Keizai Shimbun
China: Sing Tao Daily

Wanneer, met name in Duitsland en Engeland, een dagblad op zondagen een aparte titel kent, wordt ook die geleverd (Bild am Sonntag, Sunday Telegraph, enz.). Anders is het met de New York Times, waarvan alleen de zondagseditie (à € 17,25) wordt geïmporteerd. Voor zover mij bekend worden de weekkranten van de New York Times naar geen enkel ander land geëxporteerd (met uitzondering van een op A3-formaat geprinte pdf voor hotels).

Van Gelderen importeert uit België uitsluitend Nederlandstalige dagbladen, dus niet de grootste krant uit Brussel, Le Soir. Ondanks de aanwezigheid van Polen, Roemenen, Bulgaren en Russen in ons land worden uit deze landen geen dagbladen geïmporteerd. Ook uit de Antillen en uit Suriname worden geen dagbladen meer geïmporteerd. Het is ooit anders geweest: een Caribische editie van het Algemeen Dagblad was op de Antillen verkrijgbaar en het Surinaamse dagblad De Ware Tijd in Nederland. De Duitse kranten komen vooral uit het Ruhr-gebied, omdat daar de meeste Duitse toeristen vandaan komen die onze kuststreek bezoeken. Kranten die zich op Hamburg of Berlijn richten, zijn hier niet verkrijgbaar. Er zijn ook geen Ierse kranten en evenmin uit Scandinavië, Finland en Portugal. Geen van de in het buitenland gratis op straat verkrijgbare kranten wordt geïmporteerd; dat is niet rendabel tegen een weggeefprijs.

Van veel kranten krijgen wij hier de continentale of de Europese editie, die met het oog op de kortere distributietrajecten in Noordwest-Europa wordt gedrukt. Zo drukt Europrinter in Charleroi dagelijks tien titels, die anders uit Engeland, Spanje of Italië hadden moeten worden gehaald. Dat die edities voor de export bestemd zijn, zien we ook aan de afgedrukte prijs; zo wordt bij ‛onze’ The Guardian geen prijs in Engelse ponden vermeld, maar alleen het bedrag in euro.

Afhankelijk van de verwachte omzet wordt het assortiment aan buitenlandse kranten geheel bepaald door Van Gelderen. Zo verkoopt de boekwinkel in Egmond aan Zee wel 14 verschillende Duitstalige dagbladen! De Bruna in Bussum daarentegen ontvangt al enkele jaren geen Vlaamse kranten meer op weekdagen. Kiosken in geheel noordoost-Nederland zijn vorig jaar op rantsoen gezet voor hun buitenlandse kranten. Bruna op NS-station Groningen heeft de importeur hierop aangesproken en inmiddels ontvangen Bruna en Polare in Groningen alsnog de dinsdagse buitenlandse kranten (zij het vertraagd, op woensdag of donderdag) en de weekendkranten. Kennelijk is het niet meer lonend voor Audax om op alle weekdagen de verkooppunten in onze noordelijke provincies te bevoorraden met buitenlandse titels.

foto
Historicus Marius van Melle uit Amsterdam is lid van de VKTV en werkzaam als bedrijfsarchivaris bij Audax. Over het archief van dat bedrijf hopen wij in het volgende nummer van Au Courant meer te kunnen vertellen.