naar vorige nummer

Au Courant 19 / 3–4 (december 2012), pag. 1–6

dit artikel in pdf

naar volgende artikel

20.000 Groeten uit Insulinde

Paul Klein

Een kennismaking met drs. J. Anten en zijn verzameling ansichtkaarten uit Nederlands Indië, Franse en Nederlandse en Indische tijdschriften uit de 19de en 20ste eeuw en nog veel meer.

Niet alleen lid van het allereerste uur maar ook een van de grote verzamelaars uit onze vereniging is de heer drs. J. Anten uit Wassenaar. De heer en mevrouw Anten waren aanwezig op die 21ste september 1985 in het Persmuseum, destijds gevestigd in de Oude Hoogstraat in Amsterdam, waar men bijeen was gekomen met het doel een vereniging van kranten- en tijdschriftenverzamelaars op te richten.

Geïllustreerde bladen uit Frankrijk

Het echtpaar Anten was al sinds de jaren zeventig bezig geweest met het verzamelen van prachtig geïllustreerde, op luxe papier gedrukte tijdschriften.

foto
Mede doordat mevrouw Anten aan de Sorbonne had gestudeerd, reisde het paar veel naar Frankrijk, waar het met enkele handelaren een goed contact onderhield en zo in een vroeg stadium ervan in kennis werd gesteld wanneer er weer bijzondere exemplaren op de markt waren gekomen. Zo onstond met de jaren een prachtige collectie van al die ingebonden jaargangen van L'illustration, het tijdschrift dat van 1843 tot 1956 een goed verzorgd beeld gaf van de Franse maatschappij in die periode. Al die ingebonden jaargangen zijn een prachtig en waardevol bezit. De heer Anten houdt dan ook als vuistregel aan: "investeer in papier, want het verdubbelt elke 8 jaar in prijs". foto
Le Figaro Illustré van september 1890

Het Leven en De Prins

Ook hier te lande waren er in de eerste helft van de twintigste eeuw vergelijkbare uitgaven, zoals Het Leven (1906–1941) en De Prins (1901–1948). Van 's-Gravenhage in Beeld (in 1924 begonnen als een editie van Groot-Rotterdam, vanaf 1935 een regionale editie van het weekblad Panorama) zijn nagenoeg alle nummers aanwezig ten huize van hetgezin Anten. Sinds de heer Anten begon met het verzamelen van tijdschriften is zijn collectie gegroeid tot meer dan 5000 exemplaren.

foto
De Haagsche Courant van 12 november 1901 met een foto van de Gevangenpoort als ansichtkaart

Almanak van de twintigste eeuw

Maar er zijn niet alleen tijdschriften, ook de krantencollectie mag er wezen! Van nagenoeg elk jaar uit de twintigste eeuw heeft de heer Anten enkele volledige dagbladen bewaard als de voorpagina belangrijk nieuws te melden had. Dat is dus een heuse almanak van de afgelopen eeuw geworden, die ik helaas nog niet heb kunnen bekijken; die dagbladen liggen elders in Wassenaar opgeslagen.

Unieke collectie ansichtkaarten

We hebben nu de binnen- en buitenlandse geïllustreerde week- en maandbladen en de Nederlandse dagbladen besproken, maar een verzameling die nog veel indrukwekkender is is de collectie ansichtkaarten uit Indië. Tientallen multomappen, keurig gesorteerd per onderwerp of per plaats, bevatten een onvoorstelbare hoeveelheid afbeeldingen uit het vooroorlogse Indië.

foto
BATAVIA Een Chineesche Tempel

De eerste ansichtkaarten dateren uit 1897, die door de overheid, de Postunie, werden uitgegeven en op de achterkant nog niet bedrukt werden. Pas vanaf 1904 werd het aan commerciële uitgeverijen toegestaan om ansichtkaarten uit te geven. De heer Anten bevestigt dat er geen andere particulier in de wereld is met dit enorme aantal van 20.000 ansichtkaarten (inclusief enkele duizenden dubbele exemplaren) alleen uit de Gordel van Smaragd.

De heer Anten is medio jaren twintig geboren in Indië en is daar opgegroeid. We raken hierbij aan zijn zeer dramatische jeugdjaren, waarover dadelijk meer.

foto
Een advertentiepagina van een Soerabaia's blad.
foto
De omslag van het dubbelnummer (i.v.m. het Kerstfeest) van Paris Illustré van 1 december 1886 met aquarellen op formaat 46×34 cm.
foto
Een reproductie uit ditzelfde kerstnummer van een aquarel 'Arlequine', afgedrukt op de dubbele middenpagina.

Het perswezen in Indonesië

Eigenlijk terloops vertelde de heer Anten dat hij ooit een essay had geschreven, dat een historisch overzicht bood van de dagbladen, die er door de eeuwen heen in Indië waren uitgegeven. Bij thuiskomst zoekend op internet vond ik zowaar een verwijzing naar zijn essay. En waar was dat gepubliceerd? In vier achtereenvolgende nummers van Au Courant (1995 en 1996)! Dat vormde aanleiding om deze 24 pagina's wat toegankelijker te maken. Het resultaat is niet alleen de gescande pagina's van 17 jaar geleden in pdf-formaat, maar nu ook aangevuld met een webversie op de VKTV-site.

Jappenkamp en dodenspoorweg

De heer Anten heeft zijn hele leven lang uitstekende contacten onderhouden met de bestuurlijke elite van Indonesië, met het Hof van Solo en met de staf van de ambassade van de Republik Indonesia in Den Haag.
De heer en mevrouw Anten hadden beiden een heel traumatische tijd doorgebracht onder de Japanse bezetting van Indonesië. Als jonge KNIL-militair werd Johnnie Anten gedwongen om te werken aan de bouw van de beruchte spoorbrug over de rivier de Kwai.

foto
Johnnie Anten op 24-jarige leeftijd
foto
De heer drs. J. Anten in 2012

Zo'n ervaring op jonge leeftijd slaat diepe wonden, die nooit helemaal helen. De heer Anten werd gewond, toen zijn linkerknie beschadigd raakte bij een mortieraanval. Als gevolg daarvan is hij met name de laatste vijf jaren zeer slecht ter been.
Eind jaren veertig is hij naar Nederland gekomen en heeft aan de Economische Hogeschool in Rotterdam gestudeerd. Later, toen de heer Anten al adviseur voor strategie en lange-termijnplanning voor de directieraad van de PTT was geworden, heeft hij zijn studie alsnog kunnen voltooien. De PTT heeft hem in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de verschillende toepassingen van het lange-termijnonderzoek en in het bijzonder die van Princeton University (NJ, USA).
Het gezin Anten heeft zich in 1959 als een van de eersten in een na-oorlogse wijk in Wassenaar gevestigd, waar de heer Anten nog steeds woont. Zijn vrouw is hem al eind jaren tachtig ontvallen.
De heer Anten meldt mij nog twee andere grote verzamelingen: zijn documenten over de Birma-spoorweg en een andere over de geschiedenis van het bataljon Rode Olifanten (Gadja Merah). Zijn oudste zoon, Jaap Anten, beheert nu de collectie van zijn vader John Anten; zij hebben veel gemeen in opleiding en (verzamel-)interesse.

Er is nog een wens: de heer Anten zou graag hulp krijgen bij zijn plan om in zijn woonplaats Wassenaar in september 2014 een herdenkingsexpositie te organiseren (hier spreekt de futuroloog, onvermoeibaar als hij is op zijn hoge leeftijd). Die maand zal het 100 jaar geleden zijn dat Wereldoorlog I uitbrak en 75 jaar geleden Wereldoorlog II. Wie hem wil bijstaan met de voorbereidingen, vanaf circa september 2013, melde zich . . .