naar vorige artikel

Au Courant 19 / 3–4 (december 2012), pag. 11–17

dit artikel in pdf

naar volgende artikel

Kranten voor krijgsgevangen – Nieuws voor een onwaarschijnlijke doelgroep

Gerard Raven

Krijgsgevangenen hebben in de geschiedenis vaak een slechte behandeling ondergaan. Daar past toch geen knuffel bij in de vorm van een eigen krant. En toch is het af en toe wel gebeurd. Wanneer, waar en waarom?
Het is maar een kleine verzameling die ik heb, maar die intrigeert ons wel. Voordat we ze gaan bekijken eerst wat achtergronden voor een goed begrip. Het gebruik om soldaten of burgers vast te houden had heel verschillende achtergronden. Je kon ze zo uitschakelen voor het gevecht, ermee onderhandelen, ze indoctrineren en/of werven voor je eigen leger.

De milde Mohammed

In de Oudheid werd je als verslagen soldaat gedood òf slaaf gemaakt. De Romeinen vonden het decimeren uit: één van de tien verslagen soldaten mocht blijven leven. Vrouwen konden bovendien nog waardevol zijn als echtgenote of concubine. De behandeling kon enorm verschillen. Al in de vierde eeuw kocht bisschop Acacius van Amida Perzische gevangenen vrij van de Romeinen, omdat ze er zo slecht aan toe waren. Dat was zó uitzonderlijk dat hij er heilig om verklaard is.

Nu eens iets pósitiefs over Mohammed: hij schreef de islamieten in de 7de eeuw voor dat zij gevangenen voedsel en kleding moesten geven en dat ze na de strijd vrijgelaten of -gekocht moesten worden. Maar de moslims behandelden de kruisvaarders een paar eeuwen later echt niet als chocola en dat gebeurde omgekeerd evenmin. Het was geen kwartier: de vijand was te verachtelijk om te sparen. Alleen edelen en koningen werden gespaard voor het losgeld; een bekend voorbeeld is Richard I Leeuwenhart van Engeland, maar die zat in 1192–1194 vast in Oostenrijk en Duitsland.

Aparte kampen

Bij de Vrede van Westfalen (1648) werd afgesproken dat gevangenen na de oorlog zonder losgeld vrijgelaten moesten worden. De term krijgsgevangene is het eerst gebruikt in 1660. Het eerste krijgsgevangenkamp is ingericht door de Britten: Norman Cross in 1797. Men werd er goed behandeld en het kamp was bedoeld als voorbeeld van hoe het hoorde. Omdat niet iedereen daar terecht kon, werden er ook oude schepen in de havens gebruikt. Bovendien mochten officieren vrij wonen als zij op erewoord beloofden niet te ontsnappen. Zij konden zelfs vrijgelaten of uitgewisseld worden als ze niet opnieuw zouden vechten. Uitwisselen tijdens de oorlog werd nu ook voor gewone soldaten gebruikelijker.

Toch betekende dit niet dat men altijd goed behandeld werd. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861–1865) stierven 56.000 gevangenen (bijna 10% van alle slachtoffers) en in sommige kampen ging in korte tijd 10–28% dood. Kort daarna probeerde men de regels voor krijgsgevangenen aan te scherpen. Op de Conferentie van Brussel (1874) werd afgesproken dat ze altijd goed behandeld moesten worden. De Vredesconferenties van Den Haag (1899 en 1907) werkten dit verder uit. De Britten vonden echter tijdens de Boerenoorlog (1899–1902) het concentratiekamp uit, waar niet alleen enorme aantallen soldaten, maar ook heel veel vrouwen en kinderen stierven.

De Eerste Wereldoorlog (1914–1918)

In deze oorlog zijn liefst acht miljoen krijgsgevangenen gemaakt. Omdat alle regeringen beloofden de Haagse regels te hanteren, hadden de gevangenen veel meer kans te overleven dan in de loopgraven. Daarbij hielp dat het Rode Kruis en neutrale landen inspecties hielden. Toch wisten veel legers het hun slachtoffers knap moeilijk te maken: zo'n kwart van de 2,0–2,4 miljoen gevangenen in Rusland stierven, ook een kwart in Turkije, tegen 5% in Duitsland. De geallieerden waren ook niet brandschoon: zij hielden veel krijgsgevangenen tot 1920 vast als dwangarbeiders. De VS en Canada interneerden burgers die waren geïmmigreerd uit vijandelijke naties, maar nog niet waren genaturaliseerd. Dat waren vooral Duitsers en Oostenrijkers. In Canada waren dat bijna 8600 mannen, 81 vrouwen en 156 kinderen. Er waren 24 Canadese kampen over het hele land en de laatste sloot ook pas in 1920.

Een aparte groep waren de Oekraïeners. Zij maakten een flink deel uit van het Russische leger: 300.000 van de 1,4 miljoen krijgsgevangenen die eind 1918 in Duitse kampen verbleven, waren Oekraïeners en nog eens 200.000 van de 1,1 miljoen in Oostenrijks-Hongaarse gevangenschap. En er waren ook weer 120.000 bij de 1,7 miljoen Oostenrijk-Hongaarse gevangenen in Rusland. Rusland had de Haagse verdragen wel aanvaard, maar niet geratificeerd; die kampen waren de slechtste. Men werd aan het werk gezet, maar ook geworven voor de strijd aan het eind van de oorlog en de burgeroorlog die volgde op de Russische revolutie van 1917.

Toch was het niet overal ellende. Sommige Oekraïeners in Hongarije kregen zelfs de kans hun eigen kampkrant te maken: Tservona Ukraïna verscheen in de periode maart–augustus 1919. Ik heb er alleen geen exemplaren van kunnen vinden.

Amersfoort en Harderwijk

Toen de Duitsers België binnenvielen, ging dat bepaald niet zachtzinnig: rond Luik werden burgers zonder pardon neergeschoten. Dat gaf zóveel schrik dat een miljoen burgers en 35.000 militairen de grens met Nederland overstaken. Nederland bleef destijds neutraal, maar moest militairen die in ons land terechtkwamen, volgens de regels wel interneren. De burgers werden hier goed opgevangen en de meesten keerden al na een paar maanden terug, zodat hun aantal zakte tot 105.000. Burgers en officieren mochten ook buiten het kamp wonen en de soldaten konden uiteindelijk in bedrijven werken.

foto
Interneringskamp Zeist: putten graven voor waterafvoer.
foto
foto
Kampkranten van Amersfoort en Ede (Ede uit De Roodt)

Amersfoort heeft relatief veel Belgen opgenomen: militairen in Soesterberg, het Kamp van Zeist (voor 15.000 man) en verder voor de burgers in de kleinere kampen Albertsdorp en Elisabethdorp. Dankbare Belgen bouwden vanaf 1916 het Belgenmonument in Amersfoort.

Voor het Kamp van Zeist verscheen vanaf 1915 het weekblad De Kampbode. Het exemplaar van 25 juni 1916 dat ik in bezit heb, is zes pagina's A3 en handgeschreven, vermoedelijk op een druksteen (voor lithografie). Toen ik het aan Archief Eemland wilde schenken, bleek dat men het al had en dat daar een groot aantal exemplaren bewaard wordt, maar het is geen complete serie (archiefeemland.nl).

De krant begint met oorlogsverhalen. Daarna schrijft een soldaat een brief aan een maat aan het IJzerfront in België; hij vertelt dat er in Zeist ook ratten zijn die het voedsel opeten. Ze hebben zestig broden aangevreten, maar ook veertig strozakken en zesenveertig politiemutsen. Suiker kunnen ze niet eten, omdat . . . dat er niet is. De jongens hebben weinig geld en maken zelf Vlaams toneel. Verder een bericht over een feest van de burgers in Albertsdorp (het kamp voor gezinnen). De houten huisjes zijn versierd voor de gouden bruiloft van een Amersfoorts bestuurslid, dat verder ook veel voor de bewoners deed. En in een hotel in de stad houden Belgen een biljartwedstrijd tegen de Nederlanders. Heel aansprekend zijn de vele advertenties, waarin de Amersfoortse middenstand Belgisch brood, boter en tabak aanbiedt. Twee winkels hebben Belgisch personeel en bij een andere kun je ook met Frans terecht. Er is ook een Café belge en een aannemer uit Roeselaere biedt bouwmaterialen aan. Natuurlijk kun je ‛handarbeid’ van Belgen kopen. De kampen werden immers bezocht door Nederlanders als een dagje uit en de bewoners maakten allerlei souvenirs voor bezoekers en om naar huis te sturen.

Verder had ook het interneringskamp Harderwijk een krant, Inter-Nos-Revue, zo meldt Anton Reijngoudt in zijn boek. Auteur Evelyn de Roodt vertelt alleen in het algemeen dat de kampen weekkranten hadden. Wel beeldt ze een exemplaar af van Ons Leven. Weekblad der Belgische bevolking in het vluchtoord te Ede (1915–1916).

foto
The Camp Magazine (collectie Menno Wielinga)

Groningen

Met de Belgen kwamen ook 1600 Britten van de First Royal Naval Brigade de grens over. Bovendien strandde er op de Waddeneilanden een Britse onderzeeboot. Ze werden meteen ondergebracht in een kamp in Groningen. De Britten hadden daar relatief veel vrijheid en konden zelfs een eigen maandkrant drukken, The Camp Magazine (april 1915–november 1918). De drukker was Hendrik Werkman, die later beroemd zou worden als kunstenaar en in de volgende oorlog ook verzetswerk heeft gedrukt. Verder was er een dagelijks gestencild krantje met de naam The Camp News op A4-formaat, met landelijk en Europees nieuws en ook zaken die het kamp aangingen zoals uitvoeringen, kaartverkoop en kleine regeladvertenties (bijv. scheerset te koop). Onderzoeker Menno Wielinga heeft nooit echte exemplaren van de tweede krant gezien; alleen een slechte kopie. Waarschijnlijk werden ze na het lezen gebruikt als toiletpapier.

De Tweede Wereldoorlog (1939–1945)

In 1940–1945 waren de aantallen nog veel hoger: 4,0–5,7 miljoen Russen vielen in Duitse handen en andersom 3,1 miljoen. 1,8 miljoen Fransen zaten vast in Duitse kampen. De andere landen hadden minder verliezen: 675.000 Polen, 200.000 Britten (exclusief de overzeese gebiedsdelen) en 130.000 Amerikanen zaten vast.

De Derde Conventie van Genève (1929, herzien in 1949) schreef inmiddels voor dat een soldaat alleen enkele dienstgegevens hoeft te geven en niet gemarteld mag worden. Toch was de behandeling zeer verschillend, van goed tot zeer wreed. De Duitsers waren vooral gebeten op de Russen, waarbij als excuus werd gebruikt dat die Genève niet getekend hadden. Zij presteerden het om 58% van hun Russische gevangenen om te brengen, tegen maar 4% van de Britse! De Duitsers meenden in de vernietigingsstrijd tegen de Sovjet-Unie dat ze geen meededogen met de vijand moesten hebben. Zij hadden de Tod durch Hunger ingecalculeerd. In de eerste maanden juni–december 1941 namen zij al zo'n 3,5 miljoen Russische militairen gevangen. Van de herfst 1941 tot februari 1942 stierven zo'n twee miljoen Russische krijgsgevangenen door bevriezing, transport, epidemieën en mishandeling. Geen wonder dat er zelfs kannibalisme voorkwam. Slechts 630.000 Russen kwamen na de oorlog terug en zij werden meteen in het Sovjet-leger ingelijfd.

Er zijn tijdens de oorlog ruim 11 miljoen Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Van degenen die in handen van de Russen vielen, overleed 36%; velen zijn ingezet als werkslaaf, soms tot diep in de jaren vijftig. Het Japanse leger kon er ook wat van: 33% van de Amerikanen en 25% van de Britten overleed, en lang niet alleen aan de Birmaspoorweg. Duitsers in geallieerde handen hadden 3% kans te overlijden. Interessant is nog dat de geallieerden ook gevangenen overdroegen aan elkaar: de VS bijvoorbeeld gaven 740.000 Duitsers aan Frankrijk en enkele honderdduizenden aan Rusland, dat nota bene de Conventie niet had getekend. Men kon vermoeden dat de gevangenen daar niet bepaald op vooruit gingen.

Nederlandse soldaten zijn over het algemeen goed behandeld door de Duitsers en in mei 1940 zelfs aanvankelijk vrijgelaten. Veel burgers in Duitse kampen werden wél slecht behandeld: in het beruchte Kamp Amersfoort werden verzetsmensen en Joden extra onderdrukt. Een groep van 101 Oezbeeks-Joodse soldaten werd in 1941 hierheen gebracht om de burgers te laten zien hoe de Untermensch eruit zag, maar de Amersfoorters hadden alleen maar medelijden met hen en tenslotte zijn de ‛Russen’ die het overleefd hadden gewoon geëxecuteerd.

foto
Nova Doba

Oekraïeners

Honderdduizenden Oekraïeners zaten in de Tweede Wereldoorlog gevangen na dienst in de legers van de Sovjet-Unie of andere landen. Ook de Russen namen Oekraïeners gevangen als lid van het Poolse leger, dat zij in 1939 aanvielen. Maar de grote klap was de Duitse invasie van 1941. Alleen dat jaar werden zo'n 1,3 miljoen Oekraïeners gevangengenomen. Velen van hen werden ver van het front ondergebracht, bijvoorbeeld rond Berlijn.

En zo vond ik laatst op een beurs een krantje in Cyrillisch schrift, met in de kop: Nova Doba. Ilustrowany tizjnevik (hetgeen betekent: De Nieuwe Tijd. Geïllustreerd Weekblad), Berlin 1942. Dat jaartal deed bij mij alle bellen rinkelen en ik kocht het meteen. Het krantje van vier bladzijden A3 is in de Oekraïense taal geschreven en het kamp bevond zich Am Karlsbad 28, Berlijn W 35. Dit is no. 31/51 van 2 september, waarmee Oost-Europese kranten bedoelen: 31 van de lopende jaargang en 51 van alle nummers. Het eerste nummer is dus al verschenen in 1941 en het bleef bestaan tot 1945. Maar waarom kregen deze Oekraïeners een krant, terwijl andere Russische soldaten zo slecht behandeld werden?

De Sovjet-Unie vond soldaten die zich overgaven, verraders, omdat ze zich niet doodgevochten hadden. Daarom steunden Stalin en zijn leger het Rode Kruis niet. Het hing er bovendien maar net van af hoe de Duitse districtscommandanten waren; de meesten behandelden hun gevangenen volgens Genève. Kort na de invasie van de Sovjet-Unie lieten zij veel Oekraïeners vrij om in het bezette deel van hun land te werken. Dit verklaart mijns inziens waarom de gevangenen die helemaal in Berlijn waren beland, een eigen krant mochten maken. Zij waren vermoedelijk tewerkgesteld in fabrieken. In november 1941 stopte dit tijdelijk. Doordat de gevangenen nu vaak wreed werden aangepakt en Oekraïense burgers hen niet mochten helpen of bezoeken, daalde de populariteit van de Duitse bezetter snel. Er moest dus iets gebeuren, omdat de Duitsers hen wel nodig hadden als arbeidskrachten. Vanaf voorjaar 1942 werd de behandeling weer beter. Door in te spelen op de Oekraïense volkseer hoopten de Duitsers hen bovendien op te zetten tegen de Russen. En dat lukte: aan het eind van de oorlog zijn veel Oekraïense krijgsgevangenen opgenomen in het Duitse leger. Ze zijn er door Stalin weer zwaar voor gestraft.

Mijn exemplaar van Nova Doba begint al meteen met frontnieuws: de Duitsers staan tegenover achthonderd Sovjet-tanks en er is een kaart bij van de frontlijn tussen Moskou en Rostow, met foto's. Op pagina 2 vind je nieuwtjes uit Oekraïene (zoals een concert) en op de volgende bladzijde een bekend lied of gedicht. Ook blijkt een aantal Oekraïense kranten uit het Donjetsbekken te zijn gestopt, waaronder de Ponietska Gazeta, Mariupolska Gazeta en Ukrainisky Gazeta. De laatste bladzijde is onder andere gewijd aan sportnieuws.

foto
Brits blad voor familieleden

Brits blad voor familieleden

Vanaf 1942 gaven het Britse Rode Kruis en de Johannieterorde samen in Londen een gratis maandblad uit voor verwanten van krijgsgevangenen: The Prisoner of War. The official journal of the Prisoners of War Department of the Red Cross and St. John War Organisation. Het werd verder niet verkocht in verband met de papierschaarste. Ik heb een exemplaar van mei 1944, dat liefst 16 pagina's op A4-formaat telt. Het blad staat stampvol verbazend exacte informatie, gebaseerd op brieven van en bezoeken aan gevangenen, maar ook van Britten die kennelijk zijn vrijgelaten. Door deze goede informatie wisten inspecteurs van het Rode Kruis welke de beruchte kampen waren die meer aandacht verdienden, maar het is verrassend dat zij ook zoveel kwijt wilden aan de familieleden.

De reden wordt echter duidelijk als we lezen dat die familie gevraagd werd zich strikt te houden aan de regel dat een gevangene één brief per week mocht ontvangen. Anders zouden de censors overbelast raken en liepen andere gevangenen het risico dat ze nauwelijks of veel later post kregen. Uit brieven van andere gevangenen hoorde men bijvoorbeeld dat in Stalag XIA (dit is Stammlager Altengrabow bij Göttingen; Stalag is de afkorting voor Stammlager, hoofdkamp) 1327 Britten gevangen zaten in een overvol kamp. Daardoor was er weinig slaap- en zitruimte, ook al waren er drie bedden boven elkaar. Ook het vervoer van pakketten liep soms vast door de grote hoeveelheid. Rode Kruis en Johannieters verzonden in 1944 gemiddeld 97.000 stuks per week! Verrassend is dat Britse pakjes voor gevangenen die intussen van Italië naar Duitsland waren overgebracht, toch aankwamen, al was het pas na zeven maanden.

In mijn exemplaar vond een discussie plaats over de vraag of de brieven die geplaatst worden, niet te zonnig waren. De redactie meende dat ze het gewone geklaag en al te negatieve berichten beter niet kon plaatsen, maar stelde dat de geplaatste berichten samen een realistisch beeld gaven. Klachten werden overigens altijd onderzocht.

Interessant is een uitgebreide beschrijving van het kamp Marlag und Milag Nord te Westertimke in de Harz. Hier zaten Britse marinemensen bij elkaar, in een ander deel koopvaardijpersoneel en als derde een groep Indiase soldaten. Het was een relatief goed kamp met frisse lucht en een mooi uitzicht; gevangenen van elders haalden er hun hart op. De gevangenen waren er relatief vrij, doordat ze zelf hun kamp organiseerden. In die zin doet het denken aan de tv-serie Colditz. Er werd verwoed getuinierd, vooral om het voedsel aan te vullen. Ook werd er veel gestudeerd om militaire examens te halen; het Rode Kruis stuurde hiervoor studieboeken. De lange lijsten met diploma's werden ook in de krant vermeld. Verder werd veel handenarbeidles gegeven.

Het kon ook anders. Zo lezen we dat de gevangenen van één kamp 7 uur in de kou hadden gestaan omdat de slaapzalen werden uitgegast op insecten en luizen. In een ander werkkamp kwamen heel zelden pakketten aan en was er zelfs met Kerst geen sigaret. Theatervoorstellingen brachten ook veel heimwee, vooral als je toevallig naast iemand zat die vorige week nog in Engeland was. De krant besluit met een uitleg aan de lezers in Engeland hoe handschoenen te breien; geen overbodige luxe!

Handgeschreven kranten uit Duitsland

In mijn krant staan ook berichten over Stalag IVB. Stalag IVB was een van de grootste kampen en daar zaten allerlei nationaliteiten uit oost en west bij elkaar. Het lag bij Mühlberg in Brandenburg, ten noorden van Dresden. Veel Britten, Australiërs en Zuid-Afrikanen belandden hier door de val van Tobroek in Noord-Afrika (1941). Zij mochten twee muurkranten maken: The New Times en Flywheel. Het tweede krantje was opgericht door Tom Swallow en bestond uit handgeschreven artikelen en veel kleurenillustraties op losse schoolschriftpagina's. Die kleuren werden bepaald door de inkt die toevallig gepikt konden worden, zoals kinine uit de medicijnkast. Voor de kleurendruk gebruikte men gegiste gierstsoep, die was uitgespaard van de magere rantsoenen. Elk nummer had maar één exemplaar dat rondging op de zalen. In 1987 is er wel een herdruk verschenen van uittreksels. Ik heb er geen afbeeldingen van gevonden.

Soldaten uit Wales hadden in dit kamp hun eigen Cymro (Welshman), uitgegeven door William John Pitt. Toch waren maar twee pagina's in Welsh, mogelijk omdat veel Welshmen de taal zelf niet machtig zijn. Acht nummers verschenen van juli 1943 tot december 1944. In 1987 kon de National Library of Wales zeven van de acht manuscripten aankopen. Ook is er van december 1943 tot mei 1944 een krantje The Observer gemaakt.

foto
Gevangenen (links) aan het werk in een Canadees kamp met drie wachttorens (website Carter).

Canada

Mijn laatste krant komt uit Noord-Amerika. Opnieuw werden in de VS en Canada burgers geïnterneerd. Het waren mannen uit Duitsland, Oostenrijk, Italië en ook de SovetUnie (!); later ook Japanners. Canada had 26 grote kampen en vele kleine werkplekken. Er kwamen vervolgens ook negen kampen voor krijgsgevangenen; deze droegen een overhemd met rode bal op de rug. De grootste van deze kampen konden wel 12.000 mensen bergen; die lagen bij Lethbridge en Medicine Hat in de westelijke provincie Alberta. Al snel droegen de Britten hun Duitse soldaten over. De grote stroom kwam toen in 1942–1943 het Afrikakorps van Rommel werd opgerold. De gevangenen kwamen via Kaapstad en New York met de trein naar Alberta.

Ook in deze kampen was er gelegenheid voor onderwijs. Maar de behandeling van de gevangenen was niet geweldig. Er zijn in totaal 137 krijgsgevangenen overleden en in Canada begraven. Enkele daarvan waren tragische ongevallen. In september 1944 sloegen vier Duitsers hun maat dr. Karl Lehmann in Medicine Hat dood. Ook een andere Duitser werd er gedood door een medegevangene. De vijf Duitse moordenaars zijn in 1946 ter dood veroordeeld en opgehangen.

foto

In kamp 132 te Medicine Hat verscheen elke twee weken een blad, waarvan ik een nummer van 16 oktober 1945 in bezit heb: vier bladzijden A4. Het heet Pow Wow, een zinspeling met POW (prisoner of war) en de Indiaanse term Pow wow voor een bijeenkomst. De Engelse naam lijkt te suggereren dat het vooral voor de Canadese bewakers bedoeld was, maar het was al in 1944 gestart en misschien toen wel in het Duits gesteld; dat kon ik niet achterhalen. Dit nummer was immers het eerste dat als niet-geheim werd aangemerkt en markeert de overstap naar een demobilisatiekamp voor Canadese troepen van overzee, waaronder ongetwijfeld ook oud-krijgsgevangenen; de Duitsers zijn dus vrij snel ingewisseld voor eigen mensen.

Nabeschouwing

De behandeling van krijgsgevangenen is altijd heel wisselend geweest, zelfs tegenwoordig. Dat zij een eigen krant mochten maken, kan als een grote gunst en uitzondering worden gezien. Soms was dat om hun leven te veraangenamen, maar ook wel met minder edele motieven.

Wie kan mijn verhaal aanvullen met andere kranten en informatie? Graag reactie naar gerardraven@gmail.com.

Bronnen

Zie naschrift in Au Courant 20/3.