naar vorige artikel

Au Courant 20 / 1 (maart 2013), pag. 10-13

dit artikel in pdf

naar volgende artikel

Op bezoek bij Doeke J. Oostra, bestuurslid van het eerste uur

Paul Klein

Dit artikel begint met een terugblik naar 25 jaar geleden, toen zes verzamelaars van kranten en tijdschriften als eerste bestuursleden van de VKTV werden benoemd en als zodanig bij de Kamer van Koophandel voor Gooi, Eem en Flevoland werden ingeschreven in het verenigingsregister. Op die 17de november 1988 werd de VKTV notarieel opgericht en we mogen er trots op zijn dat alle nog in leven zijnde bestuursleden van dat eerste uur (zowel 1988 als 1985, zie hieronder) nog immer lid zijn van onze vereniging: Sieger Brouwer (lid nr. 2), Otto Spronk (lid nr. 4) en Doeke Oostra (lid nr. 5). Laatstgenoemde was, samen met zijn vrouw Alie Oostra-Boelens, destijds bij de notaris de ‛aangever’ bij de formele oprichting van de vereniging. Doeke en Alie waren respectievelijk secretaris en penningmeester. Samen hebben ze er lange tijd voor gezorgd dat Au Courant ieder kwartaal kon uitkomen, werd gedrukt en aan de leden werd toegezonden. Als een feuilleton van 75 afleveringen heeft Doeke (samen met François Mans) tussen 1987 en 2001 de dagbladen per land opgenoemd en daarbij steeds landkaartjes getekend om de plaats van uitgifte aan te geven. Zoals we verderop zullen zien, schrikt Doeke er niet van terug om substantiële hoeveelheden data uit te zoeken en daarover te publiceren.

Doeke is ruim 7 jaar lang secretaris gebleven en werd opgevolgd door Harold Makaske. Alie Oostra, die nog 2 jaar langer haar bestuursfunctie heeft uitgeoefend, overleed ruim een jaar na haar aftreden, nu meer dan vijftien jaar geleden. Emmeloord, de woonplaats van de Oostra's, is nog altijd waar de vereniging statutair is gevestigd.

Eigenlijk was de VKTV al drie jaar tevoren opgericht, maar de gang naar een notaris liet kennelijk nog op zich wachten. Wie van die twintig eerste leden er al bij was in september 1985, bij die feitelijke start van de vereniging, zal zich herinneren dat het initiatief en de taakvervulling van die verenigde verzamelaars met name uit het noorden van het land kwam: secretaris Koos Kaspers uit Gieterveen, penningmeester Sieger Brouwer uit Houtigehage en bestuurslid Doeke Oostra uit Leeuwarden. Het gezin Oostra had tussen 1985 en 1988 Leeuwarden vaarwel gezegd: een agrarisch bedrijf in Emmeloord had Doeke overgehaald om er te komen wonen en werken. Hij was toen al gesteld op een rustige woonomgeving en vond die er ook aan het einde van een woonwijk, zonder overburen en zonder doorgaand verkeer.

15.000 mastheads, de voorbije verzameling

Doeke's oorspronkelijke interesse was het verzamelen van ‛mastheads’, waarmee wordt bedoeld de (uit te knippen) bovenste strook van de voorpagina, met titel, ondertitel, naam van de oprichter en natuurlijk de datum. Daar staat dan vaak ook het oprichtingsjaar en de plaats waar de krant (of de editie) verschijnt. Dit is de Britse interpretatie van masthead: het onderwerp van zijn verzameling. Met hulp van zijn vader heeft Doeke een elegante oplossing gevonden voor zowel het opbergen als tentoonstellen van zijn enorme collectie mastheads. Op grote stroken gekartonneerd papier, ter breedte van een dagblad, dus ca. 45 cm, en met een hoogte van ca. 6 cm, werden deze mastheads vastgelijmd en opgeborgen in grote kaartenbakken. Dat was toch een heel volume, omdat de collectie uiteindelijk 15.000 uitgeknipte en op karton geplakte krantentitels omvatte. Helaas heeft Doeke geen foto's van zijn collectie, die – zo lezen wij op pag. 3 van Au Courant Jaargang 12, nummer 2 van augustus 1997 – hij destijds ter verkoop heeft aangeboden. Het plezier dat Doeke heeft gekend in dit type verzameling is verdwenen toen hij weduwnaar werd.

In de USA wordt het onderwerp van Doeke's verzameling ‛nameplate’ genoemd. De Amerikaanse interpretatie van ‛masthead’ is hier geen verzamelobject, want die omvat iets anders in de krant, namelijk de aparte rubriek die als een colofon op een redactionele pagina wordt afgedrukt, en waar de directie, de hoofdredactie, de contactgegevens, abonnements- en advertentietarieven, en andere vaste gegevens over de krant vermeld staan.

foto

foto
Hierboven twee voorbeelden van mastheads (Brits Engels) of nameplates (Amerikaans Engels): serieus nieuws na ‛nine eleven’ en satire uit november 1967. Deze twee voorbeelden komen uit de collectie van ondergetekende, bij gebrek aan Doeke's eigen exemplaren.
foto

Hierboven een voorbeeld van masthead (Amerikaans Engels) op pagina 10 van diezelfde International Herald Tribune.

De huidige collectie: ansichtkaarten met ‛de krant’ als thema

De laatste 15 jaar heeft een ander soort collectie de volle aandacht gekregen. Opnieuw bewijst Doeke dat hij een imposant grote collectie weet op te bouwen, want ook dit is een prachtige verzameling geworden. Doeke heeft destijds nog met Alie (deze verzameling was haar initiatief) op allerlei manieren en heel gedreven dit type ansichtkaarten verworven, zoveel ansichtkaarten dat het inmiddels heel lastig is geworden om ontbrekende exemplaren op de kop te tikken.

foto
Op deze manier zijn alle ansichtkaarten overzichtelijk opgeborgen in mulomappen. Hier zien we August Macke's ‛Gartenrestaurant’ (1912) en Clarion Dewitt Hardy's ‛Morning Coffee’.

Heel toevallig stond in de vorige Au Courant ook al een prachtig voorbeeld van een thematische verzameling ansichtkaarten, beschreven in het artikel 20.000 Groeten uit Insulinde. Net zo min als John Anten sr. heeft Doeke Oostra opslagruimte nodig: nog geen vijftien multomappen volstaan om twaalfhonderd ansichtkaarten zowel praktisch als toonbaar op te bergen. De mappen bevatten alle een subthema; het hoofdthema is dus steeds ‛de afgebeelde krant’, maar de mappen worden onderverdeeld naar wenskaarten, kunstkaarten, stillevens, stadsbeelden, mensen op reis, kinderen, vrouwen, mannen, paren en groepen, reclame, promotie, newsboys, kiosken, drukkerijen, bloemen, dieren, cartoons en stripfiguren, celebrities en gebeurtenissen. Doeke heeft dit serieus aangepakt en er is dan ook een lijst van alle kunstkaarten. Ook bij musea heeft Doeke veel ansichtkaarten met afbeeldingen van kranten kunnen kopen, zoals Michael Sowa's ‛17 Jahre TAZ’ en ‛Der TAZ zum Geburtstag’ (ansichtkaarten van Die Tageszeitung van 16 april 1996), Edward Hopper's ‛People in the Sun’ uit 1960 en Charles Burki's ‛Daddy's Girl’ (1971).

foto
Een tekening van Moriz Jung, als ansichtkaart uitgebracht in 1911.
foto
De omslag van Illustrated London News van 7 juni 1912 is ook als ansichtkaart uitgegeven.

Oorlogsgraven van het Gemenebest

De afgelopen tien jaren heeft Doeke zijn vrije tijd gegeven aan iets geheel anders. Op 500 m van zijn huis is Erehof Emmeloord (vier oorlogsgraven van het Gemenebest) ingericht, het enige dat al tijdens de Tweede Wereldoorlog werd aangelegd. Een Britse bommenwerper op weg naar Duitsland werd op een oktoberavond van 1944 in donker overvallen en neergehaald. Het toestel stortte neer op de juist drooggevallen Noordoostpolder. Doeke raakte geïnteresseerd in deze vroege oorlogsgraven. De polder had in de oorlog een bijzondere positie; zo kon woningbouw er in de laatste oorlogsjaren gewoon doorgaan. Dit alles intrigeerde Doeke met als gevolg dat hij eind jaren negentig een intensieve speurtocht naar andere oorlogsgraven ondernam. En hoe uitvoerig heeft hij zich van die nieuwe opdracht gekweten! Na tien jaren van research inclusief de reizen naar graven in de ons omringende landen maar ook via andere bronnen, zoals internet, heeft dit een half jaar geleden geresulteerd in de publicatie van een kloek naslagwerk: War Graves Revisited (854 pagina's, isbn 978-94-6206-338-9, prijs € 30, in het Engels uitgegeven). In de eerste plaats Britse en Gemenebest oorlogsgraven in Nederland, Duitsland en België, maar ook die van andere nationaliteiten, zijn erin beschreven, qua historie, exacte ligging, soms aangevuld met gegevens over de gesneuvelden. Het boek heeft zowel een omvangrijke inhoudsopgave als een plaatsnamenregister (uiteraard ontbreekt Emmeloord niet). Ondanks tussenkomst van een uitgever ligt de zorg voor promotie en verkoop van de gedrukte exemplaren bij de auteur zelf.

foto
Doeke Oostra in zijn huiskamer, februari 2013