naar vorige artikel

Au Courant 20 / 2 (juni 2013), 5 pagina's

dit artikel in pdf

naar volgende artikel

Extreem in Eexterzandvoort – op bezoek bij Geert Seffinga

Paul Klein

U wist toch dat in het grensgebied van Groningen, Friesland en Drenthe de bakermat van de VKTV ligt? Uw redacteur is hier eens gaan rondkijken en heeft een bezoek gebracht aan Eexterzandvoort, nog geen 4 kilometer verwijderd van Gieterveen, de toenmalige woonplaats van wijlen Koos Kaspers, die destijds het initiatief nam om ons, kranten- en tijdschriftenverzamelaars, met elkaar in contact te brengen. Een paar tientallen kilometers naar het westen woont nog steeds ons lid Sieger Brouwer, VKTV-lid nr. 2. Eexterzandvoort, echter, is de woonplaats van Geert Seffinga en zijn vrouw Addy, gelegen aan gene zijde van de Hondsrug (geldt niet voor nog twee VKTV-leden, voor wie het ‛deze zijde’ moet zijn), in de bosrijke gemeente Aa en Hunze, genoemd naar de twee riviertjes ter weerszijden van de Hondsrug.

Drie keer terug in de tijd

Voor geologen is dit een interessant gebied, waar 100.000 jaar geleden de Hondsrug werd gevormd. Aan de oostkant van deze zandrug daalt het landschap plotseling 20 meter. Dan bevinden we ons in de vallei van de Hunze en even buiten het dorp ligt op een ruim perceel de prachtig verbouwde boerderij van de Seffinga's. Alleen al de oprijlaan op het eigen erf is van een zodanige lengte, dat je er vooral niet halverwege zonder benzine moet komen te staan!

We moeten nog heel veel verder terug in de tijd om bij Geerts specialisme te geraken. Hij is van oorsprong geoloog en heeft nog goede herinneringen aan zijn tijd als student in Groningen, waar hij eind jaren zeventig op het Geologisch Instituut aan de Melkweg nog met W.F. Hermans heeft gewerkt. Onder geologen is zijn specialisme op het terrein van de paleogeografie recentelijk meer in de belangstelling gekomen en het is Geerts wens om alsnog te promoveren op een ontwikkeling die zich 200 miljoen jaar geleden heeft afgespeeld.

Maar laten wij ons beperken tot de recente geschiedenis: een halve eeuw geleden, toen Geert nog scholier was en in de binnenstad van Groningen rondneusde in het antiquariaat van A. Nap (inderdaad, ook VKTV-lid), ontmoette hij daar rond 1965 Hans Liefting. Beiden waren er op zoek naar literatuur over WO II. Deze ontmoeting was de eerste van vele en vormde voor Geert een stimulans om zich verder te verdiepen in vroeg-20ste-eeuwse publicaties van extreme politieke groeperingen, zowel extreem-links als -rechts. Geerts vader was al een toegewijd verzamelaar van allerlei documenten en dus viel de appel niet ver van de boom.

VKTV-leden kennen Geert van zijn interessante artikel voor het VKTV-jaarboek 2003–2004, waarin hij in 12 pagina's de hele geschiedenis van de Arbeiter-Illustrierte-Zeitung uit de jaren 1920 en 1930 uit de doeken heeft gedaan. Leden kunnen dat artikel uiteraard teruglezen op onze website, maar de redactie heeft het nu extra aandacht gegeven en de hele tekst als html-document vrij toegankelijk gemaakt. (Overigens kan iedereen veel artikelen in de uitgaven van 25 jaar Au Courant terugvinden op het internet door de achternaam van de auteur en de 4 letters ‛vktv’ als twee zoektermen op te geven bij Google. Bovengenoemd artikel en ook Geerts aanmelding als lid in 1991 komen dan prompt tevoorschijn.)

foto
Geert met in zijn hand een opmerkelijke uitgave van Neues Deutschland (15-7-1932), met de krantentitel nog in de voor ons lastig te ontcijferen schrijfletter van het Gotische schrift.

Voor zijn enorme collectie extreem-politieke publicaties heeft Geert in zijn ruime woonboerderij een aparte kamer ingericht. Op maat gemaakte boekenkasten met prachtige documentlaatjes bevatten duizenden kranten, pamfletten, foto's, boeken en parafernalia. Geert weet alles te vinden; maar nu hij met zijn werk gestopt is, heeft hij tijd om die enorme verzameling meer geordend een plaats te geven. Het opzetten van een catalogus in MS Access is nog een andere taak voor de nabije toekomst.

Niet alleen bezit Geert die complete verzameling van de Arbeiter-Illustrierte-Zeitung, maar ook heel veel bijzondere uitgaven uit de jaren dat het nationaal-socialisme in Duitsland opkwam. Een enorm aantal gearchiveerde kranten is opgeborgen in wel honderd documentladen, zij het dat ze allemaal zijn opgevouwen tot A4-formaat. Behalve Duitse uit de jaren '20 en '30 zijn er ook Nederlandse politieke geschriften uit de beginjaren van de 20ste eeuw. We zagen overeenkomstige interesses al eerder bij Hans Liefting en bij Harry Hilgerdenaar, zie Au Courant 19/2 van vorig jaar augustus. Tal van bijzondere kranten laat Geert me zien; ik noem er enkele: de Völkischer Beobachter (van 15-2-1922) en de Deutscher Volkswille (van 15-10-1922), Der Stürmer (29-5-1941) van Julius Streicher, met als vaste ondertitel op elke voorpagina Die Juden sind unser Unglück! (zie de foto), de Grossdeutsche Zeitung (van 27-2-1924) met de historische kop Die Beweggründe zur Tat Adolf Hitlers, Adolf Hitler: “Ich trage die Verantwortung allein!”.

foto

Brand in de Rijksdag; Mein Kampf, Sein Kampf

Hiernaast is afgebeeld de ochtendeditie van de krant Vorwärts, het centrale orgaan van de SDAP, van 28-2-1933 met de kop Riesenbrand im Reichstag. Hoewel de brand de vorige avond om 10 uur pas was uitgebroken, staat in deze ochtendeditie al vermeld dat om kwart over twaalf 's nachts Ein Täter: Maurer von der Luebbe aus Leyden Polizeiverdacht gegen Kommunisten is. Om 00.25 uur was men de brand meester, aldus een bericht van 01.00 uur die nacht in deze editie.

foto foto

Geert praat met kennis, toewijding en enthousiasme over de manier waarop al deze politieke ontwikkelingen prachtig zijn terug te lezen in al die krantenuitgaven, welke hij over zoveel tientallen jaren heeft verzameld. Geert heeft zich gaandeweg tot een expert ontwikkeld toen zijn collectie al maar groeide. (Hij veronderstelt ook een grote parate en gedetailleerde kennis van de politiek uit die jaren bij zijn gast.)

Dan krijg ik een eerste druk uit 1925 te zien van deel 1 van Mein Kampf, uitgegeven door ‛Franz Eher Nachfolger’. Ook toont Geert me het antwoord op dat boek, van een zekere Irene Harand, een dappere Oostenrijkse, katholieke activiste, die in 1935 in Wenen “Sein Kampf” – Antwort an Hitler heeft durven uitbrengen. Zij mobiliseerde een beweging die het antisemitisme bestreed. Ondanks dat er een losgeld van 100.000 Mark op haar hoofd werd gezet, is het goed met haar afgelopen en heeft zij het overleefd door in ballingschap te gaan. Vanuit Engeland en de VS heeft zij haar werk ten behoeve van gevluchte joden tot hoge leeftijd kunnen voortzetten.

foto

Geert laat me ook een andere bijzondere vorm van verzet zien: een op het oog handzame folder voor de bezoekers van de grote rijkstentoonstelling in Düsseldorf Schaffendes Volk in de zomer van 1937. Beschermheer van de tentoonstelling was Hermann Göring, die daarmee zijn politieke plannen onder de aandacht van het Duitse volk bracht. Wat wilde het geval bij deze propaganda voor het nationaal-socialisme? Een pacifistische groepering had vlak buiten het tentoonstellingsterrein een opgevouwen foldertje in oplage van vele duizenden uitgestrooid. Alle bezoekers hadden zo een gratis overzicht in handen gekregen. Maar eenmaal opengevouwen kreeg men heel wat anders te zien: één grote aanklacht tegen oorlogsaanstichter Hitler en een oproep aan socialisten, communisten, democraten en aan alle gelovigen v˘˘r de vrede.

Die rote Fahne

De Eerste Wereldoorlog was nog niet voorbij, toen in november 1918 in Berlijn nieuwe politieke krachten zich rond Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg concentreerden. De Spartakus-groep werd een spreekbuis voor deze revolutionairen. Een ongedateerd Extra-Blatt werd door de voorloper van de Kommunistische Partei Deutschlands op 10-11-1918 uitgebracht met als openingszin: Die rote Fahne weht über Berlin. De redactie van de Berliner Lokal Anzeiger is door vertegenwoordigers van revolutionair volk, de Spartakus-groep, bezet. De leiding van de redactie is daarmee overgegaan naar de leiding van de kameraden, aldus een verklaring op deze extra editie.

Zoals hierboven al vermeld is Geert niet alleen in het opkomend rechtsextremisme ge‹nteresseerd, maar ook in de andere kant van het politieke spectrum. Een ander voorbeeld is het blad Links Front, hier met een omslag van het aprilnummer van 1934, dat op een passende plaats in zijn boekenkast staat. We zien bekende namen in de redactie van dit “orgaan van de arbeiders theaterbond holland”: Jef Last en Joris Ivens.

foto

De Roode Duivel

Iets ouder is De Roode Duivel, “tegen troon, tegen beurs, tegen altaar” en “Ontmaskering! Geen Genade”, waar Geert mij nummer 21 van de eerste jaargang laat zien, het nummer van “19 December Anno Domine 1892” – let op de spelling, er staat niet: Anno Domini. Het satirisch-humoristisch blad van L.M. Hermans (uit Amsterdam-West, destijds nog gelegen in de gemeente Nieuwer-Amstel) heeft 5 jaar bestaan. Dit nummer opent met een bijzondere poëtische inzending “Het Koninlijke Botboerenhondenhaar”, waar de redactie even mee in de haren zat, maar er een passende reactie op liet volgen, in dezelfde verheven dichttrant. Lees hier dat ingezonden stuk van Frisius.

“De haren van zeker koningskind,
Krijgen langzaam aan: een roode tint.”
Zoo luidde laatst een telegram,
Dat tot U uit de hofstad kwam.
De heele hofkliek ging aan 't weenen,
Geen sterveling kon hier troost verleenen;
Men was bedroefd tot in 't hart,
Geen heulsap voor die bittere smart;
Men was bedroefd tot in de ziel;
In haast ontbood men Theophiel!
De haararts kwam; bezag de haren,
Die indertijd zoo geel-blond waren.
Maar ach! hij trok een raar gezicht
Sprak, tot de moeder van het wicht:
“Mevrouw, de geest van onzen tijd
Kan ik niet weren tot mijn spijt,
Er is daarom met grond te vreezen,
Dat ik het schaap niet kan genezen.”
Dat oordeel hadt men niet verwacht,
Het verdriet was niet in 't minst verzacht.
Mama die snikte en werdt bleek,
Of haar de dood uit de oogen keek;
Maar om thans uit de nood te raken,
Liet zij een blonde pruik nu maken!
Nu was men waarlijk uit de nood,
Geen vrees meer voor dat helsche rood.
't Was op raad van 'n sekretaris
Die voor iedere dienst toch immer klaar is.

Maar redakteur, vindt u het goed
Dat Frisius thans wat volgt doet?
Ik heb, weet u, een zeer mooi plan.
Maar vraag eerst! “Wat zegt Gij er van?”
Eilieve, is 't naar uw genoegen?
Want ik zal mij naar uw oordeel voegen.
U weet, geachte Redakteur,
Mama heeft zelf een roode kleur:
Deels door het drinken van den wijn,
De erfenis van een vorst en zwijn;
Deels ook ontstaan, ('k weet dat 't waar is)
Door het stoeien met den sekretaris.
Mij dunkt zoo'n roode kleur staat raar
Ja, gekker nog, dan 't roode haar.
Nu wil ik aan die vrouw per brief
een raad geven van veel gerief;
Ja, ik wil haar iets ten beste geven.
Tot nut, voor haar geheele leven.
En ik denk dat niemand daar op vit,
Zij drage een masker dan, spierwit.
Zoo een witte kop staat altijd goed
Voor een vrouw van vorstelijken bloed.
En maskers vaak van medelijden,
Droeg zij wel in de loop der tijden.
O. 'k wed dat zij het aardig vindt,
Want maskers heeft zij steeds bemind.
Mama zoowel als 't lieve wicht
Droegen vaak een mom voor 't aangezicht.

Nu Redakteur, vindt Gij het goed
Dat ondergeteekende dit doet?
Uw raad verlang ik in deez' zaken
Geprezen vorst der leuken snaken?

FRISIUS.

Later heeft Louis Maximiliaan Hermans wegens majesteitsschennis in 1896 nog een gevangenisstraf van 6 maanden moeten uitzitten, net zoals Ferdinand Domela Nieuwenhuis in diezelfde jaren (zie het openingsartikel van de vorige Au Courant). Nop Maas en ook Harry Hendriks hebben de geschiedenis van De Roode Duivel beschreven, mocht u meer willen weten.

Aanvallen op het koningshuis waren er legio in die jaren. Iets eerder, in februari 1887, was al een brochure verschenen: Uit het leven van Koning Gorilla, een smaadschrift tegen Koning Willem III. Het bleek geschreven te zijn door een medewerker van Domela Nieuwenhuis. De tienduizenden exemplaren van het gedrukte nummer waren snel uitverkocht; één daarvan bevindt zich in Eexterzandvoort (door Geert ooit overgenomen van een journalist op het gebied van Domela Nieuwenhuis). Als u niet ook op E-bay een oorspronkelijke, historische uitgave wilt aankopen, kunt u zich voor de Gorilla-tekst behelpen met een 21ste-eeuwse pdf versie op internet. Niet alleen via E-bay, maar ook met hulp van andere verzamelaars heeft Geert zijn collectie opgebouwd, zoals een mooie ruil met Harry Hilgerdenaar. Zo is Geert de trotse eigenaar geworden van de eerste 15 jaargangen van De Tribune, dat in oktober 1907 begon als weekblad binnen de SDAP en twee jaar later het partij-orgaan werd van de Sociaal-Democratische Partij, een voorloper van de CPN. De Tribune verscheen vanaf 17-4-1916 dagelijks. De titel is van 1937 tot 1940 overgegaan in Het Volksdagblad en werd weer later voortgezet als De Waarheid.

Geert heeft nu wel meer tijd, en wil die niet alleen aan zijn collectie besteden, maar ook gaan benutten voor hernieuwd geologisch onderzoek.