naar vorige artikel

Au Courant 20 / 3 (oktober 2013), pag. 6–8

dit artikel in pdf

naar volgende artikel

Boekrecensie Eighty Days

Gerard Raven

Matthew Goodman, Eighty days. Nellie Bly and Elizabeth Bisland's History-Making Race Around the World (New York: Ballantine Books [2013]), ISBN 978-0-345-52726-4, 449 pp. gebonden, $ 28 (goedkoper bij amazon.com), ook als e-book.

Kort na de opening van het Suezkanaal schreef Jules Verne zijn science-fictionroman Le tour du monde en quatre-vingt jours (1873). Het was een spannend verhaal over Phileas Fogg, die een weddenschap sloot dat hij binnen tachtig dagen de wereld rond zou reizen. Hij won kantjeboord. Zijn verhaal was heel geloofwaardig: de trein en de stoomboot maakten een droom waar die te vergelijken is met de landing op Mars in onze dagen. Stoom, staal en telegraaf waren uitvindingen die destijds enorme veranderingen mogelijk maakten, vooral in reizen en communicatie. Het was nu mogelijk om binnen vijf minuten een bericht van Londen naar Bombay te sturen én antwoord te krijgen!

Veel minder bekend zijn de prestaties van twee jonge Amerikaanse journalistes, die de reis in 1889–1890 écht maakten. Nellie Bly (een pseudoniem) had het plan bedacht en vertrok als eerste oostwaarts voor het arbeidersdagblad The World. Niemand wist dat ze net haar verloving had uitgemaakt en daarom bereid was zo'n gewaagde reis te ondernemen. Elizabeth Bisland startte enkele uren later richting westen, voor het sjieke maandblad The Cosmopolitan. Zij schreven letterlijk geschiedenis: vrouwen reisden tot dan toe eigenlijk nooit alleen en zeker niet zonder hutkoffer, in de winter, zonder grondige voorbereiding en ook nog eens op experimentele schepen en treinen. Juist daarom deden de uitgevers van de kranten dit. Zij maakten er voorpaginanieuws van en sponnen er goudgaren bij. Intussen werden de journalistes heldinnen. Onbedoeld was dit ook een enorme stap voor de emancipatie van de vrouw.

Hysterisch

In 1880 waren er in de VS 288 journalistes (2%). Zij kwamen niet op de redactie, want daar werd gerookt, gedronken en gevloekt. Ze schreven vooral voor de vrouwenpagina, want je kon ze toch moeilijk naar het parlement sturen of naar demonstraties of donkere steegjes. Vrouwen konden immers niet helder denken, evenwichtig oordelen of duidelijk schrijven, zo vond men. Ze waren ‛hysterisch’: ze gebruikten teveel woorden en beeldspraak; zelfs schrijfsters vonden dat van hun collega's. Journalistes werden vaak lastiggevallen, verdienden minder dan mannen of zelfs niets. In 1889 was er al veel verbeterd, maar je moest nog steeds ‛voor eenderde lef en tweederde elastiek’ hebben (pag. 13). En lef hadden de journalistes. Nellie had zichzelf al overtroffen door 's nachts alleen te reizen, undercover te gaan in een gekkenhuis en fabrieken, onderzoek te doen naar invloedrijke mensen en zelfs vijf maanden in het gevaarlijke Mexico door te brengen. Elizabeth richtte in 1884 de New Orleans Woman's Club op, een belangrijke emancipatiestap. De Woman's Press Club werd overigens pas opgericht in het jaar dat de twee journalistes hun race begonnen.

The World was een krant met sensatiekoppen en eenvoudige taal, maar verder wel goed gedocumenteerd en met aandacht voor misstanden. Dankzij dit soort kranten gingen mensen die nauwelijks konden lezen, voor het eerst kranten kopen. Joseph Pulitzer wist de oplage van zijn krant in twee jaar (1883–1885) te vertienvoudigen, waarop de concurrenten hun prijzen ook moesten terugbrengen naar 2 c. Nellie werd juist op de wereldreis gestuurd omdat die oplage weer daalde.

foto

Doodsangsten

Voor de twee meiden was de reis een verschrikking. Reizen was toen toch al niet zo comfortabel, maar als je snelheid wilt maken helemaal. Was je eenmaal ergens aangekomen, dan moest je als een haas uitkijken naar iemand die je hielp overstappen. Vaak kwam die niet opdagen en dan moest je het zelf maar uitzoeken. In plaatsen waar Nellie en Elizabeth wat meer overstaptijd, hadden werden ze achtervolgd door krantenbazen, journalisten en fans die hen wilden spreken of bekijken, uit eten nemen of de stad laten zien. Nellie had twee dagen niet geslapen toen ze (via een omweg naar Amiens) Jules Verne zelf ontmoette, en genoot er met volle teugen van. Elizabeth stond doodsangsten uit in de experimentele sneltrein van Chicago naar Utah, die geregeld uit één van de twee spoorstaven helde.

Nellie onthulde pas op de Middellandse Zee aan enkele reisgenoten wat haar geheime opdracht was. Maar het meest verbazingwekkend voor ons is de berichtgeving zelf. Die was ronduit traag. De twee journalistes zagen onderweg aan boord of in de trein vooral zee en woestijn. Ze hadden nauwelijks tijd om een telegraafkantoor te bezoeken om hun vorderingen door te seinen (radio kwam immers pas aan boord ná de ramp met de Titanic in 1912). Zo'n telegram verscheen op zijn vroegst twee dagen later in de krant. Verdere details kwamen per brief. Zo kon je in New York pas na drie weken iets lezen over het eerste deel van Nellies reis naar Engeland! De kranten stonden vol van hun nieuws, maar dat was grotendeels geschreven door ándere journalisten en ook de fanmail werd door anderen behandeld. De uitgevers citeerden ook selectief wat andere kranten over hun heldinnen schreven. The Cosmopolitan had als maandblad trouwens een groot nadeel dat het zo weinig verscheen. De journalistes hadden geen fotocamera's bij zich, ook al bestonden er al handzame Kodaks. De dames wisten verder weinig van elkaars voortgang, want de uitgevers meldden hen niets. Nellie wist zelfs niet dat er een race aan de gang was en kwam daar pas achter op een rederskantoor in Hong Kong, na 39 dagen!

Vertragingen

Af en toe liepen de dames vreselijke vertragingen op. Ze konden dan niets anders doen dan wat uitstapjes. Nellie schreef niets over de mensonterende toestanden voor derdeklaspassagiers onderin het schip, terwijl zij toch juist twee jaar eerder had voorgesteld eens mee te reizen met Europese emigranten. Ze was ook niet in de stemming om verslag te doen van arbeidsomstandigheden voor inheems personeel en bezocht zelfs geen plantage.

The Cosmopolitan had niet de scrupules van The World en bood maatschappijen een beloning voor een snellere reis of record. Toen Nellie in San Francisco vastliep door sneeuwstormen, charterde Pulitzer toch maar een speciale trein, die af en toe meer dan 160 km/u reed. Als een heldin werd Nellie op elk plattelandsstation gehuldigd door honderden belangstellenden, voor die tijd ongekende aantallen.

Alle Amerikaanse kranten stonden intussen bol van het nieuws en ook in de Europese drong het door. The World deed een meesterzet met het uitloven van een volledig verzorgde reis naar Europa voor wie het best de werkelijke aankomsttijd van Nellie raadde. Dit stimuleerde de verkoop enorm, want je moest je opgave invullen op een coupon in de krant en je kon talloze keren meedoen. Dat gebeurde dan ook met karrevrachten vol: meer dan 900.000. Van al die euforie wist Nellie niets.

Heldinnen

Toen Nellie na 72 dagen aankwam, schreeuwde The World in chocoladeletters (toen nog erg ongebruikelijk): Father Time undone! (Vadertje Tijd ingehaald), met als onderkoppen (vertaald) ‛Zelfs de stoutste fantasie verbleekt bij de prestatie van de wereldreiziger’ en ‛In de geschiedenis van de pers is zo'n prestatie nog nooit zo breed uitgemeten’. Ik had deze voorpagina graag afgebeeld gezien, maar de auteur koos voor een andere bladzijde met de reis in de vorm van een bordspel. In een karikatuur lachte Nellie een rij ontdekkingsreizigers en Fogg uit. Van dat zondagsnummer werden 280.340 exemplaren verkocht en die maand was het gemiddelde 330.000, ofwel 10% meer dan een jaar eerder.

foto

Goodman is geen historicus, maar heeft grondig onderzoek gedaan en schrijft aanstekelijk. In The Sun and the Moon had hij al eens wat persgeschiedenis beschreven, over duellerende journalisten. Hij heeft zijn verhaal prima gedocumenteerd met achtergrondinformatie en schakelt handig van de ene naar de andere reizigster.

De auteur beschrijft tenslotte hoe ze daarna gevierde journalistes waren. Zij publiceerden allebei artikelen over hun avonturen, die later gebundeld werden tot boeken. Toen ik het boek dichtsloeg, had ik een band met Nellie en Elizabeth. Het verdient een vertaling en ik zou die bijna zelf wel willen maken.