naar vorige artikel

Au Courant 21 / 2 (november 2015), pag. 18-20

dit artikel in pdf

naar volgende nummer

Toen de NUL regeerde – hyperinflatie in Hongarije in 1945–1946

Ed van den Brul

Een artikel uit De Spiegel van 11 mei 1946 gaat over de inflatie in het Hongarije van kort na de Tweede Wereldoorlog. Op het omslag staat een boer, die een sigaret aansteekt met een biljet van 10.000 pengö.

Dit biljet is door de hoge inflatie bijna niets meer waard. Het is leuk om er een sigaret mee aan te steken, maar je kunt er bijna niets mee kopen. De pengö, een voormalige Hongaarse munteenheid, onderging vanaf augustus 1945 de grootste hyperinflatie van een munteenheid ooit genoteerd. Tegen eind juli 1946 was de inflatie op haar hoogtepunt: de prijzen van producten verdubbelden bijna elke 16 uur.

foto

Hyperinflatie

Hyperinflatie is een zeer hoog tempo van inflatie. Dat betekent dat de prijzen iedere dag zeer veel stijgen. De Duitse hyperinflatie van 1922–1923 is wel het meest bekend. In deze periode moest de Centrale Bank van Duitsland zoveel geld drukken dat er 30 papierfabrieken en 132 drukkerijen voor nodig waren.

foto

Uit De Spiegel van 1946: Stapels geld voor een krant. 20.000 pengö voor het nieuws van den dag.

Andere landen waar hyperinflatie in het verleden heeft plaatsgevonden, zijn: Hongarije (1945–1946), Griekenland (Tweede Wereldoorlog), Zimbabwe, Joegoslavië (1987–1994), Argentinië en Bolivia. De inflatie in 1923 in Duitsland was zo hoog, dat je goedkoper een muur kon behangen met bankbiljetten dan met behang, omdat de kosten van het behang hoger waren dan de waarde van het geld. De Hongaarse regering kwam in juli 1946 tot de conclusie dat de pengö niet meer te redden was. De bevolking was vrijwel volledig overgestapt op de ruilhandel en de totale waarde van alle pengöbiljetten in heel Hongarije werd geschat op slechts een duizendste van 1 US $.

foto

Uit De Spiegel van 1946: De ober is betaald. De klant heeft een goede lunch gehad, die hem 2.000.000 pengö kostte. Een presenteerblaadje is noodig om het geld in ontvangst te nemen.

Op 1 augustus 1946 introduceerde men daarom een geheel nieuwe munt: de Hongaarse forint. Deze forint had wel het vertrouwen van de Hongaarse bevolking: de economie herstelde zich binnen een jaar. Deze gang van zaken werd in 2000 door econoom Peter Z. Grossman omschreven als ‛een groter mirakel dan het Duitse Wirtschaftswunder’.

De inflatie in Zimbabwe is opgelost door vreemde valuta als wettig betaalmiddel in te voeren (US dollar, Zuid-Afrikaanse Rand).

Het bankbiljet met de hoogste nominale waarde

Als gevolg van hyperinflatie gaan centrale banken bankbiljetten drukken met een zeer hoge nominale waarde. Het is lastig om de waarde van biljetten vast te stellen door het verschil in betekenis van het Nederlandse biljoen en het Amerikaanse billion. Biljoen is duizend miljard: een getal met 12 nullen. In Angelsaksische landen is billion een getal met 9 nullen en wordt in het Nederlands vertaald met miljard.

Ik verzamel bankbiljetten en als verzamelaar heb ik bankbiljetten met een uitzonderlijk hoge nominale waarde altijd interessant gevonden. Ik heb de volgende landen met deze biljetten gevonden: – Hongarije: Er is in 1946 een biljet van honderd miljoen B-pengö (= biljoen-pengö) gedrukt; dat is 100×miljoen×biljoen pengö. In het Nederlands noemen we dit getal 100 triljoen (een tiende van een triljard), dus 20 nullen. Dit is het hoogste biljet dat ooit gedrukt is en in omloop gebracht is. – Duitsland: Op 2 november 1923 gaf de Duitse overheid de opdracht om een bankbiljet te drukken met een waarde van 100.000.000.000.000 Mark, een biljet van 100 biljoen Mark: een 1 met 14 nullen. – Zimbabwe heeft in 2008 een biljet van 100 biljoen dollar in omloop gebracht, ook hier dus een 1 met 14 nullen. Op het biljet staat vermeld: “100 trillion Dollars”; wij zeggen: 100 biljoen dollar. Wat betreft de hoogst nominale waarde staan Duitsland en Zimbabwe dus ex aequo op de 2de en 3de plaats. – Griekenland heeft in 1944 een biljet van 100 miljard (11 nullen) drachmai in omloop gebracht.

foto

foto

Het groene biljet (“egymilliard”) heeft een nominale waarde van 1 miljard biljoen pengö (=1 triljard).

foto

foto

Het rode biljet (“tizmillio”) heeft een nominale waarde van 10 miljoen biljoen pengö (=10 triljoen).

Hyperinflatie is zeer nadelig voor de economie in een land: men verliest het vertrouwen in geld en de zeer inefficiënte ruilhandel keert terug. In de 21ste eeuw bestaat er nog steeds hyperinflatie in verschillende landen. Naast Zimbabwe heeft Venezuela het hoogste inflatiepercentage ter wereld. De waarde van de Venezolaanse bolivar is sinds het begin van 2015 verder op crashkoers geraakt. Gemiddeld werden de valuta van Venezuela per maand 15,4% minder waard. Ik denk dat de kans op hyperinflatie in de Eurozone uitgesloten is.