naar vorige artikel

Au Courant 22 / 1 (mei 2016), pags. 5–9

dit artikel in pdf

naar volgende artikel

De persknevel van 1941 en de kerken – een aspect van mijn verzameling kerkbladen

Gerard Raven

Veel lezers weten dat de Duitse bezetter het Nederlandse perslandschap heeft gedecimeerd om de censuur meer effectief te maken. Dat is nu precies 75 jaar geleden. Minder bekend is dat het ook grote gevolgen had voor de kerkelijke pers. Hoe loste men dat op? Kijk eens naar drie protestantse kerken; de situatie in Amersfoort is daarvan een goed voorbeeld.

Op 10 mei vielen Duitse troepen Nederland binnen en begon de grootschalige evacuatie van de bevolking uit Amersfoort en omgeving. Een half miljoen mensen moesten weg uit de Grebbelinie, waar men immers de klappen verwachtte om de Duitsers tegen te houden. Intussen draaiden de persen bij drukkerij Van Wijngen al en het gereformeerde weekblad Amersfoortsch Kerkblad van de 11de mei gaf de indruk dat er niets aan de hand was. Het lutherse maandblad Ons Gemeenteleven was ook gewoon verschenen, maar het hervormde weekblad Amersfoortsche Kerkbode niet en er waren ook geen diensten. De meeste bewoners bleven ongeveer een week in Noord-Holland. De 19de was er weer een hervormde dienst. Beide weekbladen verschenen op de 25ste, elk op slechts één vel van twee pagina's.

foto

De gereformeerde en lutherse bladen van v¢¢r de oorlog (alle foto's Archief Eemland).

Maatregelen

Meestal was de predikant ook de redacteur van het kerkblad. In vrijwel elk Amersfoorts blad verscheen een reactie op de moeilijke meidagen, maar men moest toen al op zijn woorden passen. Het ging over het verlies van familieleden en over de onzekerheid wat er zou komen. Ook met Kerst 1940 blikt de lutherse ds. J.G. de Jongh vooruit naar ‛De onbekende toekomst’ en een jaar later schreef hij opnieuw over de donkere tijd. Hij wees erop dat wat er om hen heen gebeurde tegen de geest van Christus inging: “En toch zal alleen deze geest de wereld uit de chaos, waarin zij thans verkeert, kunnen en moeten redden. Geen andere weg leidt tot verzoening. En verzoening zal er toch moeten komen ?” Met vooruitziende blik waarschuwde hij al voor haat en wraak na de bevrijding.

foto

Veel predikanten wilden de Duitse overheid niet erkennen als wettig gezag, ook de Amersfoortse niet. Zij keerden zich dan ook tegen hun gereformeerde collega E. Schouten. Landelijk gezien waren de gereformeerden stelliger in hun afwijzing dan de hervormden. Nog in 1940 verdwenen dan ook hun landelijke opiniebladen De Reformatie, De Bazuin en een blad voor zending onder de joden, omdat er artikelen in stonden die de bezetter niet bevielen. Kerkbladen die deze overnamen overkwam hetzelfde. Bovendien hielden de Duitsers scherp in de gaten wat in de andere bladen geschreven werd. Bij de Duitse inval in de Sovjetunie in juni 1941 oefenden zij vergeefs druk uit om tegen het communisme te schrijven.

foto

Het verbodsbericht in de hervormde kerkbode.

Intussen verschenen de kerkboden wel regelmatig, maar in de hervormde Amersfoortsche Kerkbode van 31 oktober 1941 stond een kort berichtje linksboven op de voorzijde. Het moet door velen als een donderslag aan heldere hemel zijn ervaren: dit was het laatste kerkblad! De persbreidel zat in de lucht, maar dat besefte maar een relatief kleine groep. Van het berichtje werden ze niet wijzer: het Duitse bestuur had het zo besloten en er was papierschaarste. Wat was er aan de hand?

Het persbesluit

Lange tijd had de kerkelijke pers zich veel te weinig afgezet tegen het Duitse gevaar. Er waren in de jaren dertig moedige geluiden, maar de meeste bladen hielden zich op de vlakte of waren zelfs sympathisant. Het werd nu nog lastiger, want kritische dag- en weekbladen kregen zoals gemeld te maken met tijdelijke of langduriger verschijningsverboden. In maart 1941 was er voor het eerst een protest van het Convent van Kerken, waarmee protestantse kerken probeerden gezamenlijke standpunten in te nemen tijdens de bezetting. Men schreef de regering kritische brieven over de toenemende straatterreur, jodenvervolging en rechtsonzekerheid. Dit protest volgde het voorbeeld van het eerdere verzet van een deel van de Duitse kerken tegen het gelijkschakelingsbeleid.

Op 3 mei 1941 verscheen het Journalistenbesluit, dat de hoofdredacteuren verplichtte lid te worden van een nazistische vakvereniging. Nu besefte de pers dat zij al volledig gemuilkorfd was. Maar de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken interpreteerden dit zó dat zij er niet onder vielen. Wel werden de kerkbladen gedwongen hun opiniërende artikelen weg te laten.

In de zomer werden in Duitsland talloze weekbladen en tijdschriften opgeheven om papier te besparen, lees: kritische geluiden de pas af te snijden. Alle kerkelijke bladen vielen daaronder, behalve die welke louter mededelingen gaven. Ook in Nederland voerde de bezetter deze maatregel in de herfst door, omdat hij toen al de hoop heeft opgegeven dat de Nederlandse dagbladen “iets meer zouden doen dan gehoorzaam maar eigenlijk onwillig in de pas lopen”. De officiële reden was ook hier de papierschaarste. Eenderde van de dagbladen en viervijfde van de nieuwsbladen verdween, ruim de helft van de vaktijdschriften en per 1 november ook de meeste kerkelijke bladen.

De Duitsers wilden eerst de hele kerkelijke pers verbieden, maar dat vond men bij nader inzien in strijd met Hitlers instructie om de kerken niet te provoceren. De gereformeerde synode speelde in november de bal nog terug door te vragen hoeveel er op papier moest worden bezuinigd. Die maand kwam er een compromis, mede dankzij een sympathiserende Nederlandse medewerker op het betreffende ministerie. Daarmee werd bereikt dat de kerken verder relatief vrij waren en geen berichten van de bezetter hoefden te plaatsen. Zowel de hervormden als de gereformeerden bundelden de meeste bladen tot classicale (regionale) mededelingenblaadjes. Zo konden ca 200 van de 2000 bladen blijven. Daarvan waren er 85 hervormd en hierbij weer 68 stads- of streekbladen, die louter uit mededelingen bestonden. Sommige bladen die toch wel iets meer meldden, wisten het nog tot 1942 of zelfs 1944 te rekken. Ook konden 50 gereformeerde mededelingenbladen, een jeugdblad en zelfs zes opiniebladen blijven verschijnen. Bij de rooms-katholieke tijdschriften was de sanering ook drastisch: 147 titels tegenover 388 protestantse. Het zou interessant zijn de situatie in katholiek Amersfoort ook eens te bestuderen.

Steeds minder

Hoe kreeg dit nu vorm in Amersfoort? In de laatste hervormde Kerkbode beloofde men nog mee te delen hoe de preekbeurten voortaan werden gepubliceerd. Maar het bleek niet eenvoudig te zijn een goed alternatief te vinden. Men had kennelijk ook niet echt haast, want bijna een jaar lang deed men het zonder. Stencils waren bijvoorbeeld ondeugdelijk in gebruik, bleek in de kerkenraad van 14 januari 1942. In de volgende vergadering van 4 februari besloot men op voorstel van de classis om tot samenvoeging te komen.

Het eerste bewaard gebleven exemplaar van de Mededeelingen van de Hervormde Gemeenten in de Classis Amersfoort dateert van 15 juli 1943. Het kwam tevoorschijn na een oproep van mij. Blijkens het nummer 44 moet dit blad begonnen zijn in september 1942, dus na liefst tien maanden onderbreking. Het blaadje telde vier kleinere pagina's van het formaat A4 en besloeg het hele werkgebied, tot Odijk en Zuilen aan toe. Het stond onder redactie van ds. B. Tuinstra uit Huis ter Heide en werd gedrukt door Van Amerongen in Amersfoort, die ook de Amersfoortsche Kerkbode had verzorgd. De eerste bladzijde stond vol preekbeurten. Dan een halve pagina Amersfoorts nieuws, waaronder een massadoop, de Jeugdraad en wijknieuws. Verder nieuws uit de andere gemeenten, een Bijbelwoord voor deze week dat men elke dag kon lezen en tenslotte beroepingswerk (nieuws over predikanten die naar een eerste/andere gemeente gingen). Latere exemplaren zijn alleen bewaard gebleven vanaf september 1944. Ze telden steeds maar twee pagina's, dus één velletje (op én na). Redacteur was nu de Amersfoortse predikant J. Pannebakker. Na Dolle Dinsdag (5 september) en de spoorwegstaking waren de verbindingen overal gebrekkig. In het nummer van de 21ste meldde men dat de post niet goed doorkwam; de preekbeurten buiten Amersfoort ontbraken en het blad kwam met vertraging bij de abonnees.

foto

Hervormd Mededeelingenblad 1943.

Twee weken later probeerde men het blad weer naar de buitengemeenten te verzenden, maar de preekbeurten daarvan waren incompleet en werden hierna ook helemaal niet meer vermeld. De nagekomen berichten van buiten stonden er nu ook voor het laatst in. Op 12 oktober moest men de verspreiding buiten Amersfoort definitief opgeven. De drukpers kon niet meer draaien en de post haperde, dus hoe lang kon men nog doorgaan? De dominees van Amersfoort hadden nu vaste preekbeurten en namen ook die van gastpredikanten over. Veel data van activiteiten werden voor de zekerheid ver vooruit aangekondigd. Verbazingwekkend dat intussen het beroepingsnieuws wel doorkwam!

Op 2 november bleek Van Amerongen zonder gas en stroom te zitten. Het handzetten van de drukletters ging bijna niet meer door de kou. Het blad zou daarom tot na de winter moeten worden onderbroken, vreesde men. Het nieuws bestond voornamelijk uit een lijst van geldelijke bijdragen en het bijbelleesrooster voor de rest van het jaar. Twee weken later verscheen het laatste nummer. De drukkerij werd gesloten. In maart 1945 moet er opnieuw een kerkbode gedrukt zijn, waarna op de 30ste het Paasnummer volgde, het laatste dat bewaard is. Vermoedelijk waren april en mei 1945 met de nadering van de bevrijders zó chaotisch dat het Mededeelingenblad niet kon verschijnen.

Intussen was het lutherse blad al in november 1942 gestopt. In het laatste nummer was een inlegvel geniet: plotseling was het bericht gekomen dat het blad niet meer kon verschijnen. Dat de bezetter het blad verbood, werd niet vermeld. Ook was men verrast dat Amersfoort zich niet aansloot bij de zustergemeenten Hilversum, Naarden-Bussum, Utrecht en Zeist. Die sloegen de handen ineen en konden daarom tot de bevrijding doorgaan.

foto

foto

De nieuwe gereformeerde bladen van 1941.

foto

De gereformeerden houden vol

Door alle moeilijkheden verscheen al in augustus 1941 driemaal geen gereformeerd kerkblad in Amersfoort, totdat ieder verrast werd dat het op de 23ste weer mogelijk was. Het nieuwe Predikbeurtenblad der Gereformeerde Kerk van Amersfoort had nu maar twee paginaļs en alleen feitelijk nieuws. Het ging nu voornamelijk over predikanten elders in het land, plus twee advertenties en informatie over de voedseldistributie.

Op 29 november ging ook dit blad voor de regio fungeren en werd de naam veranderd in Mededeelingen van de Gereformeerde Kerken in de Classis Amersfoort. De nummering ging gewoon door en negeerde jaargangen. Ds. S.J. Popma uit Amersfoort was nog steeds de redacteur. Drukkerij Van Wijngen lichtte toe dat de kerkbladen per 1 november verboden waren, maar nog drie weken kregen om een regeling te treffen. Daarna gaf de bezetter zoals gemeld toch iets toe en konden tenminste classisbladen verschijnen. Daarmee was men dus veel sneller dan de hervormden. De gegevens over Amersfoort stonden op de voorzijde en over de andere gemeenten op de achterkant. Het waren er vergeleken met de hervormden maar weinig en ze lagen ver uit elkaar: Maartensdijk, Nieuw-Loosdrecht, Oud-Loosdrecht, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Westbroek. De advertenties werden beperkt tot familieberichten.

Op 5 september 1942 was er weer iets nieuws: het blad werd een extra slag gevouwen en het formaat gehalveerd naar vier pagina's A4, kennelijk omdat men het losse vel niet prettig vond. Het nieuws werd nu steeds meer beperkt tot de ledenmutaties. Het blad verscheen in 1944/1945 nog maar op formaat A5.

foto

Daarna kabbelde het blad voort, tot het op 6 mei 1944 werd omgedoopt in Mededeelingen voor de Gereformeerde Kerken in de Provincie Utrecht, met berichten van de 27 kerken buiten de hoofdstad. Vanaf 16 september was het echter een louter Amersfoorts blad; berichten van buiten kwamen alleen vertraagd door. Het was nu een pover velletje op formaat A5, eerst tweezijdig bedrukt en vanaf 29 april 1945 op één kant. Na de bevrijding verscheen op 19 mei weer een tweezijdig A4'tje, maar nu verlaagde men de frequentie naar tweewekelijks. De inhoud was intussen zeer beperkt: predikbeurten in de stad, korte mededelingen, landelijk predikantennieuws (met grote vertraging). Maar dat was heel wat meer dan het hervormde blad, dat in november was gestopt en daarna maar tweemaal verscheen.

Een nieuw begin

Na de bevrijding kwam het openbare leven maar moeizaam op gang, omdat de verbindingen nog zeer beperkt waren. Zoals te verwachten was waren de gereformeerden het eerst weer actief met een blad. Er verschenen in juli 1945 zelfs twee verschillende, omdat een kerkscheuring die men in de oorlog niet wilde uitvechten, helaas alsnog zijn beslag kreeg. Bovendien was Van Wijngen de uitgever van beide en die hoefde dus niet op een kerkenraadsbesluit te wachten. De hervormden begonnen pas weer in januari 1946. De lutheranen hadden incidenteel een stencil met mededelingen en moesten wachten op het enthousiasme van een nieuwe jonge predikante. Intussen was het al 1949 geworden.

Literatuur

Gerard Raven, De hervormde kerkbladen van Amersfoort 1846–1999, Flehite: historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken, deel IX (2008) 54–73
Gerard Raven, Degelijkheid voorop: de gereformeerde kerkbladen van Amersfoort 1917–2000, Flehite: historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken, deel XI (2010) 64–87
Gerard Raven, Tegen de stroom in: de laatste tachtig jaar van de lutherse gemeente Amersfoort 1929–2009, Flehite: historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken, deel XIII (2012) 78–113.