Kranten  

Door alle eeuwen heen hebben mensen nieuwtjes uitgewisseld. Zij deden dat op alle mogelijke manieren: mondeling, per brief via koeriers, met vuur, op muurkranten (China) of - zoals in Afrika - met trommelsignalen. De uitvinding van de boekdrukkunst (in de vijftiende eeuw) en de uitbreiding van de posterijen (omstreeks 1600) hebben de stoot gegeven tot het ontstaan van de krant.

In de Renaissancetijd (1400-1600) komen de geschreven nieuwsbrieven in zwang. In Venetië, een centrum van macht en handel, vormen deze schrijvers in de zestiende eeuw een eigen beroepsgroep (gilde). Op de Rialtobrug drijven zij een levendige handel in nouveiles courantes ("lopende nieuwtjes"). Deze bladen krijgen de naam "gazetten". Al snel na de uitvinding van de boekdrukkunst (ongeveer 1440) zien drukkers brood in de verspreiding van gedrukte vlugschriften. Op een paar paginaatjes drukken zij een sappig beschreven voorval af. Ze gaan ook melding maken van politieke feiten, vaak op een erg gekleurde wijze. Ook de regenten brengen, als tegenmaatregel, zelf pamfletten of vliegende bladen (zoals de vlugschriften ook worden genoemd) in omloop. Omstreeks 1618 verschijnen de eerste kranten of liever: couranten. In tegenstelling tot de nieuwsschrijvers en de drukkers van vlugschriften willen de makers van "couranten" regelmatig en in een min of meer vaste vorm nieuws brengen. De oudste teruggevonden krant in Nederland dateert uit 1618: de Courante uyt Italien, Duytslandt etc. van Caspar van Hilten. In 1619 volgt de Tydinghen uyt Versçheyde Quartieren van Broer Jansz., die in het eerste nummer een ooggetuigeverslag van de onthoofding van Van Oldenbarnevelt in Den Haag publiceert.

Het duurt tot 1848 voordat de kranten echt wat hebben aan de vrijheid van drukpers in de Grondwet. Dan wordt een Grondwetswijziging doorgevoerd die deze vrijheid nog eens uitdrukkelijk onderstreept en die sindsdien niet meer is veranderd. De letterlijke tekst luidt: "Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet." De kranten hebben het financieel moeilijk door de dagbladzegel-belasting, die in 1812 door de Franse machthebbers wordt ingevoerd. Dat is een belasting op het formaat van de kranten en de advertenties. Hoe groter de krant, hoe meer belasting moet worden betaald. Een stempel op de voorpagina geeft de hoogte van de belasting aan. De kranten zijn daardoor duur en slechts voor een kleine groep te betalen. Pas als deze belasting in 1869 wordt afgeschaft en de kranten goedkoper worden, is de weg vrij voor een snelle ontwikkeling naar de dagbladen zoals wij die kennen.

In de loop van de negentiende eeuw komen nieuwe kranten tot bloei die een belangrijke bijdrage leveren aan de ontplooiing van de Nederlandse pers. Zo verschijnen achter- eenvolgens het Algemeen Handelsblad (1828) en de Nieuwe Rotterdamsche Courant (1844, beide liberaal), De Tijd (1845) en De Maasbode (1868, beide katholiek), De Standaard (1872, protestants-christelijk), Het Centrum (1884, katholiek) en Het Volk (1900, socialistisch). De Volkskrant verschijnt voor het eerst in 1919 als katholieke krant.

De twintigste eeuw is de eeuw van de informatie-explosie. Door de uitvinding van de papiermachine, de zetmachine en de rotatiepers krijgen de kranten technische mogelijkheden om in hoog tempo veel kranten te maken. Post- en telefoonverbindingen verbeteren snel. De Tweede Wereldoorlog (1940-1945) maakt aan deze ontwikkeling een abrupt einde. De Duitse bezetters eisen een volledige onderworpenheid van de kranten. Alle propagandaberichten van de Duitse militaire autoriteiten moeten onver- kort worden gepubliceerd. Berichten die naar het oordeel van de Duitse autoriteiten de Duitse zaak schade kunnen berokke- nen, worden gecensureerd. Veel kranten verdwijnen. De Volkskrant beëindigt na moeilijkheden met de Duitsers in oktober 1941 de uitgave van de krant. Daarnaast ontstaan ondergronds nieuwe illegale kranten, zoals Het Parool, Trouw en De Waarheid.

Na de oorlog komt het krantenbedrijf langzaam maar zeker weer op gang. In de jaren zestig besluiten veel kranten tot samenwerking. Er ontstaan persconcentraties. Het samengaan van de Volkskrant en Het Parool in 1968 is daarvan een voorbeeld. In 1970 volgt een fusie tussen de Nieuwe Rotterdamsche Courant en Algemeen Handelsblad. In de jaren zeventig begint de computer aan zijn opmars. Nieuwe zettechnieken verdringen het werken met lood. Beeldschermen nemen in de redactielokalen de plaats in van typemachines. Verslaggevers trekken erop uit met de voorloper van de laptop, waarmee hun artikelen rechtstreeks via een telefoonlijn naar de centrale computer kunnen sturen. Vooral het afgelopen decennium concurreert de krant met nieuwe media en zie je nieuwe ontwikkeling op het gebied van vormgeving, formaat (tabloid), periodiciteit (7 dagen per week) en gratis kranten (Metro, Spits). Begin 21e eeuw is het erg onrustig in het krantentijdperk en komt de echte pershistoricus én verzamelaar goed aan z'n trekken...

door: Jan de Wit (met dank aan de Volkskrant!)